Hoe je hechtingsstijl jouw emotieregulatie en relaties beïnvloedt

Disclaimer

Mad in the Netherlands (Mad in the World) geeft geen medisch advies met deze bronsectie en doet geen aanbevelingen met betrekking tot behandeling. Mad in the Netherlands wil mondiale informatie over psychiatrie toegankelijk en vindbaar maken in het kader van geïnformeerde toestemming. Wij wijzen u erop dat Mad in the Netherlands (Mad in the World) niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor de inhoud van de externe websites.

Door dr. Andreas Comninos – 1 juli 2024

Opbouw pagina

Introductie

Gehechtheid is een van de meest onderzochte wetenschappelijke gebieden in de psychologie. Meer dan zeventig jaar onderzoek naar hechting van de mens is voorafgegaan door vele tientallen jaren van onderzoek over hechting bij dieren. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de Lorenz’ observaties over inprenting bij pasgeboren eendjes en de studies van Harlow over de effecten van ontbering van moederschap bij babyapen.

De kern van veilige gehechtheid is dat een kind vertrouwen ontwikkelt dat er voor hem of haar gezorgd wordt in tijden van stress en emotionele nood. Geen enkele ouder is perfect, we missen allemaal wel eens signalen en reageren wel eens verkeerd. Dat is geen probleem wanneer het fundament van basisvertrouwen aanwezig is. Soms echter, beschadigt het vertrouwen van een kind in de ouders doordat zij niet (kunnen) bieden waar het kind behoefte aan heeft. Denk hierbij aan ouders die zelf veel stress doormaken of vol in rouw zijn en er zodoende niet altijd in slagen de aanwezige ouders te zijn die ze willen zijn of aan ouders die door tekortkomingen in hun kindertijd zelf niet geleerd hebben hoe ze het best op de noden van hun kind kunnen reageren of aan ernstigere zaken zoals bij agressie, verslaving of manipulatief gedrag van de ouder(s). We spreken dan van onveilige hechting. Zo’n veertig procent van de mensen hebben hiermee te maken. Soms geeft het woord ‘onveilig’ weerstand als er sprake is van weliswaar tekort schietende maar evenwel liefhebbende ouders. Misschien helpt het dan om de woorden ‘onveilig gehecht’ voor ‘niet volledig goed gehecht’ te vervangen om zo toch open te kunnen staan voor de informatie die in dit kwartaalthema wordt verstrekt.

Onze ‘hechtingsstijl’ wordt gevormd in reactie op de emotionele kwaliteit van de relatie die onze primaire verzorgers ons (kunnen) bieden. We weten dat vroege hechtingservaringen de menselijke ontwikkeling sterk beïnvloeden op vele belangrijke gebieden. Denk hierbij aan hoe onze hersenen en ons immuunsysteem zich ontwikkelen, hoe we leren onszelf te reguleren als reactie op zowel prettige als onprettige gebeurtenissen, hoe we leren onze emoties (en behoeften) te ervaren en hoe we erover kunnen communiceren.

Op volwassen leeftijd zeggen onze ervaringen met gehechtheid iets over ons waarnemingsvermogen en begrip in onze relaties. Het beïnvloedt sterk hoe we ons in de regel zullen voelen en gedragen in relaties, waarom we de partners kiezen die we kiezen (en/of waarom we kiezen voor emotionele afstand tot anderen).

Dit kwartaalthema wil je een dieper inzicht geven in hoe hechtingsstijlen zich ontwikkelen en hoe ze je huidige functioneren beïnvloeden. Wij zijn allemaal door vroege hechtingservaringen gevormd in onze binnenwereld die het merendeel van onze relaties (inclusief onze relatie met onszelf) beïnvloeden. Daarom is dit een enorm belangrijk onderwerp dat onze tijd, aandacht, zelfreflectie en zorg verdient.

Omdat verwaarlozing, ouderlijke inconsequente gedragingen en een gebrek aan (ervaren of waargenomen) liefde kunnen leiden tot langdurige geestelijke gezondheidsproblemen en vermindering van het algehele menselijke potentieel en geluk, is het enorm belangrijk om te leren hoe onze gehechtheidservaringen ons hebben gevormd en om te overwegen te werken aan het helen van onze gehechtheidswonden uit het verleden. Voor velen zit er waarheid in de stelling:

“We besteden de eerste 15 jaar aan het overleven van het leven met onze familie en de rest van ons leven aan het genezen ervan”.

Onze hechtingservaringen vormen niet alleen hoe we zijn in relaties, ze vormen ook de manier waarop we met onszelf omgaan. Dit omvat ons vermogen om op te merken wanneer we lijden en ook onze reactie op onze emotionele behoeften (of waarom we misschien geleerd hebben ongevoelig te zijn voor onze emotionele behoeften). Deze ‘responsiviteit op het Zelf’ (of een gebrek daaraan, zoals wanneer we ons van onszelf afkeren) wordt sterk beïnvloed door wat ons geleerd werd (en vaak ook wat niet – maar wel nodig was) door de figuren waar we ons primair aan hechtten.

Wat is gehechtheid?

Onze vroegste gehechtheid met ouders of verzorgers is bepalend voor onze capaciteiten en verwachtingen voor relaties in het hele leven.  De kwaliteit van onze band binnen deze vroege hechtingsrelaties beïnvloedt ook hoe we ernaar streven ons verlangen naar nabijheid (versus onafhankelijkheid) te vervullen, hoe we geloven dat relaties werken, en wat we van onze partners verwachten.

Hechtingsstijlen helpen verklaren waarom mensen verschillend reageren op uitdagingen als:

  • Onzekerheid of nood
  • Sterke emoties (negatief en positief)
  • Algemene tegenslagen (en hoe we ons verhouden tot falen)
  • Het begrijpen van en communiceren over emoties (die van jezelf & die van anderen)
  • Het doen van “een bod op emotionele intimiteit” (opmerking MitN:  Een emotioneel bod kan een verscheidenheid aan verbaal of non-verbaal gedrag zijn dat de ene partner gebruikt om de aandacht van de ander te trekken. De andere partner kan reageren door het bod te erkennen (er naar toe te draaien) of het te negeren (weg te draaien).
  • Het ontlokken van ‘zorg’ aan anderen & het reageren op deze zorg
  • Het communiceren over verwachtingen binnen een relatie
  • Behoeften opmerken en er woorden aan geven (aan jezelf en je partner)
  • Conflicten en emotionele ontkoppeling

Dus, iemands hechtingsstijl vormt zich in de kindertijd en staat vervolgens model voor de manier waarop iemand op volwassen leeftijd door het leven en relaties navigeert.

Hoe gehechtheid zich ontwikkelt

Als mens zijn wij al vroeg in het leven geneigd onze aandacht te richten op het leren over de reacties van anderen en te ontdekken hoe we met ons gedrag anderen kunnen beïnvloeden. Als zuigelingen zijn we volledig afhankelijk van onze verzorgers voor voedsel, onderdak en genegenheid. Vanuit een overlevingsmechanisme zijn onze hersenen geëvolueerd om zeer gericht te zijn op het tot stand brengen van verbinding en tegelijkertijd zeer gevoelig te zijn voor ontkoppeling.

De effecten van onze vroege gehechtheid aan ouders of verzorgers kunnen een reeks van veranderingen teweegbrengen op genetisch, cognitief, sociaal en fysiek gebied, die zowel positieve als negatieve gevolgen voor de rest van het leven kunnen hebben.

Het is niet verrassend dat vroege hechtingservaringen invloed hebben op onze relatie met onszelf (hoe we onszelf zien en ons verhouden tijdens momenten van moeilijkheden) en op onze relaties met anderen (de partners die we kiezen – of vermijden – en de interpersoonlijke patronen die we met steeds weer anderen herhalen).

In wezen komt dit doordat dezelfde motivatiesystemen die aanleiding geven tot de hechte emotionele band tussen ouders en hun kinderen verantwoordelijk zijn voor de binding die zich ontwikkelt tussen volwassen mensen in emotioneel intieme relaties.

Hoewel onze vroege hechtingservaringen ons niet noodzakelijkerwijs hoeven te definiëren, bepalen ze wel ons ‘model voor de omgang’ met onszelf en anderen, dat uiteindelijk ofwel een vermogen ofwel een risicofactor wordt voor onze stressbestendigheid. We weten nu dankzij tientallen jaren onderzoek dat vroege gehechtheidservaringen de vatbaarheid van een volwassene voor geestelijke gezondheidsproblemen sterk beïnvloedt.

Still Face Experiment

Het beruchte ‘stilstaand gezicht experiment’ (ontwikkeld door Dr. Ed Tronick in de jaren 1970) is een krachtige demonstratie van de behoefte van een kind aan verbinding en van hoe kwetsbaar we in wezen allemaal zijn door de emotionele of niet-emotionele reacties van onze primaire verzorgers. Dit experiment geeft ons inzicht in hoe het is als verbinding uitblijft.

Niet-emotionele reacties zijn een signaal van ‘ontkoppeling’, wat een reeks instinctieve gedragingen bij een zuigeling teweegbrengt. Het ‘still face experiment’ illustreert de effecten van waargenomen ‘emotionele disconnectie’ en laat zien hoe kwetsbaar we allemaal zijn voor emotionele verbinding (en disconnectie) met onze primaire verzorgers, of die nu mannelijk of vrouwelijk zijn.

Hoewel het ‘stille gezicht’ een triviaal voorbeeld lijkt, kun je misschien begrijpen dat er, naarmate een kind zich ontwikkelt, veel complexe factoren spelen tussen hen en hun verzorger, die een kind blijven vormen en uiteindelijk leren over emotieregulatie en zelfkalmering, hoe je een emotionele verbinding aangaat, en hoe je zorg krijgt (inclusief de verwachting en beleving van een kind of zorg ‘beschikbaar en behulpzaam’ is).

Tronick's Still Face Experiment

Vaders zijn ook belangrijk

Hoewel de ‘moeder-kind-band’ vaak wordt genoemd als enorm belangrijk, weten we ook dat de kwaliteit van de band met de vader en zijn emotionele responsiviteit eveneens enorm belangrijk is voor een zich ontwikkelend kind.

Merk op hoe zuigelingen hetzelfde contactzoekende gedrag vertonen ten opzichte van hun vader als met hun moeder in de vorige video. Merk ook op hoe deze kinderen precies zo sterk reageren op het ‘stille gezicht’ van hun vader.

Nogmaals, besef hierbij dat dit contactzoekende gedrag alsmede de bijbehorende reacties blijk geven van een aangeboren overlevingsmechanisme dat sterk beïnvloed en gevormd wordt door ouder-kind interacties vroeg in ons leven. Dit bepaalt uiteindelijk hoe, wanneer, waarom (en met wie) we als volwassenen verbinding zoeken (of vermijden):

Still Face with Dads

Hoewel dit slechts zeer korte demonstraties zijn, kun je bedenken wat de effecten op langere termijn – door de jaren heen – zijn van herhaalde ouderlijke onverschilligheid op de emotionele ontwikkeling van een zuigeling. Het is duidelijk dat dit na verloop van tijd het gevoel van veiligheid van een kind aantast evenals diens gevoel over ‘zorg en aandacht’ te beschikken bij die ouder. Ze kunnen hierdoor ook extreem negatieve opvattingen over zichzelf ontwikkelen (zoals ‘ik doe er niet toe’ of ‘ik ben niet geliefd’).

Het is niet verrassend dat onderzoek heeft aangetoond dat kinderen die ouders hebben die niet op hun behoeften inspelen, meer moeite hebben om anderen te vertrouwen, met anderen om te gaan en hun eigen emoties te reguleren.

Waarom pakken ouders het verkeerd aan?

Zelfs voor ouders die het beste met hun kinderen voorhebben, zijn er veel redenen waarom ze moeite kunnen hebben om op een veilige, gehechte manier emotioneel aanwezig te zijn bij hun kinderen. Als je bijvoorbeeld een ouder had die niet ontvankelijk was voor je behoeften (geen veilige hechtingsstijl hanteerde), of die je misschien zelfs strafte omdat je bepaalde emoties had, kun je moeite hebben om te weten hoe je zelf veilig in je gehechtheid kunt zijn. Als ouder kun je dan zelf moeite hebben met emotieregulatie of andere ‘blinde vlekken’ in emotioneel bewustzijn hebben die ertoe leiden dat je gedragingen herhaalt die lijken op wat je zelf meemaakte toen je kind was.

Op andere momenten ontbreekt het ouders aan informatie over hoe hechting de zich ontwikkelende hersenen van een kind beïnvloedt, of hebben ze culturele (of achterhaalde) overtuigingen over emoties en/of ouderschap die het belang van het onderhouden van een emotioneel responsieve band met hun kinderen bagatelliseren. Ook hebben sommige ouders sterke disfunctionele overtuigingen over hun eigen capaciteiten (bijv. “Ik ben een mislukkeling”) die hen kunnen belemmeren in het vormen van een sterke band met hun kinderen. Dit zijn allemaal veel voorkomende redenen waarom het creëren van een veilige hechting niet lukt.

Aan de andere kant zijn er ook complexere uitdagingen voor het ontwikkelen van een veilige gehechtheid. In huishoudens met kinderen die gedrags- of andere ontwikkelingsproblemen hebben, raken ouders vaak in beslag genomen door de zorg voor dat kind, ten koste van de behoeften van andere broers en zussen. In huishoudens met een scheiding of een overlijden van een ouder kunnen er breuken in de hechtingsband ontstaan. In situaties met huiselijk geweld kan het moeilijk (of onveilig) zijn om emoties te tonen. Helaas weten we dat mensen die werden blootgesteld aan Adverse Childhood Experiences (ACE’s) problemen kunnen hebben met gehechtheid. Vaak hadden deze mensen ouders die zelf aan soortgelijke negatieve ervaringen werden blootgesteld (dit heet intergenerationeel trauma).

We weten ook dat drugs- en alcoholgebruik een negatieve invloed kan hebben op emotionele beschikbaarheid (en zowel dronkenschap als de daaruit voortvloeiende kater kunnen emotionele expressie afstompen). Sommige ouders hebben hoofdletsels of andere ziekten die het moeilijk maken om passende emotionele reacties te tonen. Het is begrijpelijk dat ouders met ernstige psychische aandoeningen ook moeite kunnen hebben om zich te engageren met hun kinderen op manieren die een veilige gehechtheidsrelatie tot stand brengen.

Er zijn echter ook meer algemene vormen van ontkoppeling die ons allemaal treffen. Technologie en ‘schermtijd’ zijn een belangrijk onderdeel van ons drukke leven geworden en tegenwoordig is het niet ongewoon om te zien dat ouders de verbinding met hun kinderen verbreken, op dezelfde manieren als in de video’s hierboven, door eenvoudigweg hun telefoon te gebruiken.

Voor degenen die geïnteresseerd zijn, de volgende video legt vast hoe het is voor baby’s van ouders die opgaan in hun telefoon. Merk op hoe het opgaan in een apparaat precies dezelfde reactie in een kind teweegbrengt als de volledige non-responsiviteit van de ouders in de vorige video’s:

Still face experiment

Een waarschuwing!

Voordat je gehechtheid gaat gebruiken om jezelf (of je partner, als je relatieproblemen hebt) te beschuldigen of te beschamen, wil ik je het volgende duidelijk maken: Hechtingsstijlen zijn ADAPTIEVE gedragingen uit een vroegere levensfase, gebaseerd op onze opvoeding. Hoewel deze gedragingen ons misschien niet meer dienen, kunnen ze meegedragen worden in de volwassenheid. Met andere woorden, een kind dat geleerd wordt dat relaties onbetrouwbaar of zelfs beangstigend zijn, leert van nature ZELF-PROTECTIEF gedrag te vertonen in al zijn of haar relaties. Dát is niet onze schuld – en het is volkomen begrijpelijk vanuit een overlevingsinstinct (tenslotte worden alle mensen volledig afhankelijk van hun ouders geboren voor voedsel, onderdak, voeding, liefde en bescherming). Als volwassenen is het echter wel ónze verantwoordelijkheid om onze gehechtheidsconditionering uit de kindertijd te begrijpen en ervan te helen, om onszelf te helpen inzien dat het verleden ons beïnvloedt en om onszelf te voorzien van alternatieven (en het recht) om patronen die ons niet langer dienen te veranderen en te vervangen.

Bedenk verder, als je je gehechtheidsgeschiedenis uit je kindertijd onderzoekt, dat ouders niet noodzakelijkerwijs ‘zwaar misbruikend’ geweest hoefden te zijn om een negatief effect op hun kinderen gehad te hebben. Ouders die overbeschermend en opdringerig zijn, die oordelen en hoge verwachtingen hebben, of die de gedachten en gevoelens van een kind afwijzen, kunnen (na verloop van tijd) ook wantrouwen in relaties veroorzaken – of zelfs wantrouwen in de eigen emoties van hun kind – wat nog tot ver in de volwassenheid voor dat kind kan doorwerken.

Dus met andere woorden, als je in je kindertijd geleerd hebt dat relaties voorwaardelijk, beschamend, onstabiel, bedreigend, afstandelijk of afwijzend zijn, dan kan dat ertoe leiden dat je onzeker bent over relaties en dat kan leiden tot gedrag dat typisch is voor de drie niet-veilige hechtingsstijlen (angstig, vermijdend of ongeorganiseerd gedrag). Dit is niet jouw schuld. Deze emotionele reacties en het daaruit voortvloeiende beschermende gedrag zijn een begrijpelijke adaptieve reactie op het zich onzeker (of onveilig) voelen in een belangrijke relatie tijdens een kritieke fase van onze ontwikkeling.

Anders gezegd, hoewel het in staat zijn om gehechtheidsgedrag te zien als “beschermende strategieën uit een vroeger deel van het leven die ons niet langer dienen” cruciaal is voor onze bevrijding, is het beschamen of belachelijk maken van onszelf (of onze partner) voor het hebben van hechtingsproblemen waarschijnlijk niets anders dan het voortzetten van de intergenerationele toxiciteit die aan ons (of hen) werd overgedragen door hun opvoeders. Dit zal waarschijnlijk niet leiden tot bevrijding van deze patronen en zal eerder verdere schade blijven aanrichten.

Het is belangrijk om hulp te zoeken voor hechtingsproblemen. Ze zijn niet gemakkelijk op te lossen met uitsluitend zelfhulpmateriaal. Dat komt omdat gehechtheid relationeel is, het gaat om de ontwikkeling van je hersenen en het emotionele leren in de context van interacties met anderen. Het leren, reflecteren en genezen vereist een emotioneel-afgestemde en emotioneel-veilige (therapeutische) omgeving, en er zijn vaardigheden nodig die interpersoonlijk verfijnd en geoefend moeten worden en die je niet in je eentje onder de knie kunt krijgen. 

De vier hechtingsstijlen

De vier hechtingsstijlen zijn ontstaan uit het baanbrekende werk van de psychologen John Bowlby en Mary Ainsworth. In de vijftiger jaren van de vorige eeuw stelde Bowlby voor dat gehechtheid het product is van evolutionaire processen en dat zuigelingen dus geboren worden met een aangeboren drang om zich te hechten aan verzorgers. In de jaren zeventig ontwikkelde Ainsworth een paradigma (‘Strange Situation’) om hechtingszekerheid bij kinderen vast te stellen binnen de context van relaties met verzorgers. De procedure van de ‘Vreemde Situatie’ omvat een reeks van acht interacties van elk ongeveer 3 minuten, waarbij een moeder, kind en vreemdeling worden geïntroduceerd, gescheiden en herenigd. Uit dit onderzoek identificeerde Ainsworth drie belangrijke hechtingsstijlen (een vierde hechtingsstijl werd later in de jaren tachtig geïdentificeerd door de psychologen Main en Solomon). 

De vier hechtingsstijlen bestaan uit 1 (de eerste) veilige hechtingsstijl en 3 onveilige hechtingstijlen:

  1. Veilige hechting
  2. Angstige hechting (preoccupied)
  3. Vermijdende (ambivalente) hechting (dismissive)
  4. Ongeorganiseerde (gedesorganiseerde) hechting 

1. Veilige hechting:

Veilige gehechtheid is de ideale gehechtheidsstijl. Ongeveer 50-60% van de volwassenen heeft een veilige hechtingsstijl. Een veilige gehechtheid tussen een kind en een verzorger vormt zich wanneer de verzorger wordt ervaren als veilig, voorspelbaar, consistent, en fysiek en emotioneel beschikbaar. De rest van de mensen ontwikkelt een van de drie andere hechtingsstijlen (‘angstig’, ‘vermijdend’ of ‘ongeorganiseerd’, zoals besproken in de volgende paragrafen).

Veilige hechting ontwikkelt zich op de volgende manieren: Een veilig gehecht kind gelooft dat haar ouder veilig, beschikbaar en responsief is als ze in nood is. Verzorgers communiceren deze kwaliteiten op de volgende manieren: gezichtsuitdrukking, houding en tempo van lichaamsbeweging, toon van de stem, fysieke nabijheid en voelbare respons, die samen een betrouwbare, zorgzame intentie van de verzorger communiceren. (Dit is allemaal pre-verbale informatie die een zuigeling voortdurend leert en in zich opneemt). Als er een veilige band is opgebouwd, kan louter de aandacht of aanwezigheid van een verzorger de pasgeborene al helpen bij het reguleren van zorgen (distress).

Als gevolg van een veilige band, zelfs als de ouder niet altijd beschikbaar is, leert de zuigeling deze reacties van diens verzorgers te verinnerlijken en kan het kind uit deze interne representatie putten om zichzelf te kalmeren en te reguleren tijdens uitdagingen of in tijden van nood. Zoals je kunt inzien is dit in wezen de oorsprong van waar we emotionele regulatie leren (of helaas ook waar we falen in het aanleren).

Kinderen met een veilige gehechtheid zien hun ouder als een veilige basis van waaruit ze de wereld zelfstandig kunnen verkennen. Als een verzorger emotioneel responsief is en ernaar streeft om consequent aan de emotionele behoeften van een zuigeling te voldoen, leert de zuigeling om zelf emotioneel responsief te zijn. Veilig gehechte kinderen groeien dus uit tot veerkrachtige, emotioneel gezonde volwassenen die emotioneel gezonde relaties genieten, omdat ze zich in het algemeen vertrouwd en veilig voelen in die relaties.

In intieme relaties heeft een veilige volwassene een relatie waarbij hij zich veilig en verbonden voelt met zijn partner (zelfs in diens afwezigheid), waardoor elke partner vrij zijn leven kan leiden (dit wordt onderlinge afhankelijkheid genoemd). Omdat ze zich bewust zijn van (in staat zijn om op een gezonde manier te reageren op) hun eigen behoeften, maakt dit hen vrij om ondersteunend te zijn op momenten dat hun partner zich benauwd voelt. En omdat een veilige volwassene zich op zijn gemak voelt om zorg van anderen te vragen, zal hij zich eerder tot zijn partner wenden (in plaats van zich af te sluiten of terug te trekken) als hij zich onrustig voelt.

Een intieme relatie met een veilige partner is meestal eerlijk, open en gelijkwaardig, waarbij beide partijen zich onafhankelijk voelen, maar toch liefdevol naar elkaar. Daarom is het niet verwonderlijk dat we vinden dat in vergelijking met de andere hechtingsstijlen, veilig gehechte volwassenen (en hun partners) de hoogste niveaus van relatietevredenheid rapporteren.

Mensen met een veilige hechtingsstijl:

  • Voelen zich over het algemeen verbonden met anderen
  • Voelen zich comfortabel met emotionele en fysieke intimiteit, en ook met onafhankelijkheid
  • Communiceren effectief en lossen conflicten op als ze zich voordoen
  • Hebben tamelijk stabiele relaties
  • Hebben over het algemeen vertrouwen in hun partner
  • Voelen zich veilig om zich kwetsbaar op te stellen tegenover hun partner

Voorbeeld van veilige gehechtheid:

Een fantastisch voorbeeld van hoe Secure Attachment “eruit ziet” in de context van gezonde (wederzijds veilige) volwassen relaties komt duidelijk naar voren in het (inmiddels) beruchte “A Credo for My Relationships With Others” van klinisch psycholoog Dr. Thomas Gordon. Terwijl je dit Credo doorleest, nodig ik je uit om na te denken over de vraag of je zoiets bereikt binnen je belangrijke primaire relaties (en als dat zo is, denk dan eens van binnenuit na of je intern – tussen de concurrerende delen in je Zelf – tot deze zelfde harmonie en dit respect komt).

MIJN GELOOF IN RELATIES MET ANDEREN

Jij en ik hebben een relatie die ik waardeer en wil behouden. Toch is ieder van ons een afzonderlijk persoon met zijn eigen unieke waarden en behoeften en het recht om aan die behoeften te voldoen. Laten we, om beter te weten en te begrijpen wat ieder van ons waardeert en nodig heeft, altijd open en eerlijk zijn in onze communicatie.

Als je problemen hebt om aan je behoeften te voldoen, zal ik met oprechte acceptatie en begrip luisteren, zodat je gemakkelijker je eigen oplossingen kunt vinden in plaats van afhankelijk te zijn van de mijne. En ik wil dat jij voor mij een luisterend oor bent wanneer ik oplossingen voor mijn problemen moet vinden.

Op die momenten dat jouw gedrag storend is voor wat ik moet doen om in mijn eigen behoeften te voorzien, zal ik je open en eerlijk vertellen hoe jouw gedrag mij beïnvloedt, erop vertrouwend dat je mijn behoeften en gevoelens voldoende respecteert om te proberen het gedrag dat voor mij onaanvaardbaar is te veranderen. Ook wanneer bepaald gedrag van mij voor jou onaanvaardbaar is, hoop ik dat je me dat open en eerlijk vertelt, zodat ik kan proberen mijn gedrag te veranderen.

En wanneer we conflicten ervaren in onze relatie, laten we dan afspreken elk conflict op te lossen zonder dat een van ons zijn toevlucht neemt tot het gebruik van macht om te winnen ten koste van het verlies van de ander. Ik respecteer jouw behoeften, maar ik moet ook mijn eigen behoeften respecteren. Laten we dus altijd streven naar een oplossing die voor ons beiden aanvaardbaar is. Aan jouw behoeften zal worden voldaan, en aan de mijne ook – geen van beiden zal verliezen, beiden zullen winnen.

Op deze manier kun jij je als persoon blijven ontwikkelen door je behoeften te bevredigen, en ik ook. Zo kan onze relatie een gezonde relatie zijn waarin we er allebei naar kunnen streven te worden wat we kunnen zijn. En we kunnen ons met wederzijds respect, met liefde en vrede tot elkaar blijven verhouden.

Dr. Thomas Gordon (1978)

2. Angstige hechting (preoccupatie):

Kinderen die ouders hadden die soms goed reageerden op hun behoeften, maar op andere momenten niet emotioneel aanwezig waren of misschien op kwetsende of kritische manieren reageerden, groeien op met een onzeker gevoel, onzeker over welke behandeling ze kunnen verwachten.

In relaties merken volwassenen met een angstige gehechtheidsstijl dat ze veel geruststelling en responsiviteit nodig hebben. In tegenstelling tot een veilig gehecht persoon, kunnen degenen met een angstige hechtingsstijl overdreven afhankelijk lijken van hun relaties om zich goed te voelen. Bepaalde interacties of gebeurtenissen kunnen een diep wantrouwen oproepen en ze kunnen regelmatig verhoogde angst voelen over de stabiliteit van hun relaties.

Hoewel angstig gehechte individuen zich wanhopig of onzeker kunnen voelen, verergert hun gedrag vaker wel dan niet hun eigen angsten (via een feedback-loop die een ‘self-fulfilling prophecy’ wordt genoemd). Ze kunnen ook onafhankelijke acties van hun partner interpreteren als een bevestiging van hun angsten. Erger nog, als ze zich onzeker voelen over de gevoelens van hun partner of zich onzeker voelen in hun relatie, kunnen ze aanhankelijk, veeleisend of bezitterig worden tegenover hun partner.

Hoewel dit gewoon pogingen zijn om het Zelf te beschermen via het zoeken naar een gevoel van veiligheid, geruststelling en zekerheid, kan iemand met een angstige hechtingsstijl door zich aan zijn partner vast te klampen of door zich bezig te houden met gedragingen die ‘protestgedrag’ worden genoemd, onbewust hun partner wegduwen. Als (bijvoorbeeld) een partner meer met vrienden omgaat, kunnen ze denken: “Zie je wel, hij houdt niet echt van me. Ik had gelijk hem niet te vertrouwen – Misschien is er iemand anders in het spel… Dit betekent dat hij me gaat verlaten.” Dit kan leiden tot (bijvoorbeeld) veel naar geruststelling zoekend gedrag, zoals bellen, sms’en, of zelfs het stalken of lezen van de privéberichten van de partner. Als alternatief kan het leiden tot vijandigheid tegenover die partner, die vaak de context van het gedrag van de persoon niet zal begrijpen, hetgeen hem of haar weg kan drijven – vooral als de partner een vermijdende hechtingsstijl heeft ( zie verderop).

Mensen met een angstige hechtingsstijl:

  • Hebben behoefte aan veel geruststelling in een relatie
  • Verklaren zich vaak overweldigd of extreem angstig te voelen wanneer zij en een geliefde het oneens zijn met elkaar of ruzie maken
  • Twijfelen aan de liefde van hun partner (bijv. vooral op momenten dat hun partner weg is)
  • Voelen zich bedreigd als hun partner een pauze nodig heeft (en kunnen hen achtervolgen tot ze toegeven)

3. Vermijdende (ambivalente) gehechtheid (afwijzend):

Kinderen van verzorgers die emotioneel niet beschikbaar of afwezig waren, of zich niet bewust waren van de behoeften van het kind, ontwikkelen vaak een vermijdende hechtingsstijl. Misschien werd huilen ontmoedigd, of werd je gekleineerd omdat je emotionele behoeften had. Als volwassene voel je je misschien ongemakkelijk bij het afhankelijk zijn van iemand, of bij het aangewezen zijn op anderen.

Iemand met een vermijdende hechtingsstijl leeft in een dubbelzinnige toestand, waarin hij of zij bang is om zowel te dicht bij als te ver weg van anderen te zijn. In relaties hebben ze angst om in de steek gelaten te worden, maar ook moeite met intiem zijn. Ze kunnen zich aan hun partner vastklampen als ze zich afgewezen voelen, en zich dan gevangen voelen (of wrokkig, alsof ze hun gevoel van ‘Zelf’ zullen verliezen) als ze emotioneel te intiem/close worden.

Vaak wordt de vermijdende stijl in relaties aangetrokken tot de angstige stijl, en dit veroorzaakt een aantrekken-afstoten tussen de ene partner (de angstige stijl) die zich niet geliefd voelt en de andere partner (de vermijdende stijl) die zich niet in staat voelt om aan de emotionele eisen van de ander te voldoen.

Mensen met een vermijdende gehechtheidsstijl:

  • Voelen zich regelmatig emotioneel verwijderd van anderen
  • Willen afstand nemen van (in tegenstelling tot het oplossen van) stressvolle situaties of conflicten
  • Voelen de drang om zich terug te trekken als hun partner verbinding zoekt of verdrietig is
  • Zijn over het algemeen ongemakkelijk met hun emoties en hun partners beschuldigen hen er vaak van afstandelijk, gesloten, star en intolerant te zijn. Op hun beurt beschuldigen ze partners ervan te behoeftig te zijn. Verkiezen vluchtige, ongedwongen relaties boven langdurige intieme relaties, of zoeken partners die even onafhankelijk zijn (of die emotioneel afstand bewaren).

4. Ongeorganiseerde (gedesorganiseerde of onopgeloste) hechting:

Ongeorganiseerde gehechtheid is de meest voorkomende vorm bij overlevenden van complex ontwikkelingstrauma (cPTSD). Het kan bijvoorbeeld zijn dat een verzorger beangstigend was, misbruik van het kind maakte, of zich zeer ongepast gedroeg; misschien werden de mensenrechten van een kind geschonden. Deze trauma’s kunnen angst voor een ouder en/of diepe verwarring bij een kind veroorzaken (denk eraan – mensenkinderen worden immers afhankelijk van hun verzorgers geboren). Dit zorgt voor een dilemma: het kind zal het besef ontwikkelen dat een ouder niet voor hen aanwezig is terwijl het volledig afhankelijk van die ouder is voor voedsel, veiligheid en onderdak. Vaak kan het aangeboren verlangen van een kind naar ouderlijke liefde een innerlijk conflict creëren waarbij het gelooft dat het gedrag van de mishandelende ouder zijn of haar eigen schuld is, of dat het trouw moet blijven omdat “het mijn ouders zijn”. Als volwassene kan iemand met een gedesorganiseerde gehechtheidsstijl verlangen naar nabijheid, maar er ook bang voor zijn. Ze zoeken misschien geen relaties op omdat ze het gevoel kunnen hebben dat op anderen vertrouwen onveilig is. Wanneer ze kansen op nabijheid geboden krijgen, kunnen ze zich terugtrekken.

Mensen met een ongeorganiseerde hechtingsstijl:

  • Kunnen primaire verzorgers hebben gehad die gewelddadig waren (fysiek, emotioneel, seksueel, verwaarlozing etc.)
  • Geven vaak aan te verlangen naar emotionele intimiteit, maar vinden het ook veiliger om alleen te zijn
  • Kunnen primaire verzorgers hebben gehad die het ene moment liefde toonden maar het volgende moment beangstigend waren
  • Kunnen Complex Trauma hebben (cPTSD)

Hechting en emotieregulatie

Emotieregulatie is het proces waarmee we beïnvloeden hoe we onze gevoelens ervaren en uiten (welke emoties we hebben, wanneer we ze hebben, en hoe ze worden uitgedrukt). Gedurende ons hele leven is emotieregulatie een belangrijke regulator van interpersoonlijke relaties en in de relatie met onszelf.

Het vermogen om je emoties te reguleren wordt aangeleerd in je allervroegste relaties. Ons wordt geleerd ‘hoe’ we ons moeten voelen (en vaak wordt ons juist dát niet geleerd) door onze primaire verzorgers, en dit wordt in de loop van de kindertijd ingeprent, en gedurende het hele leven geoefend. Emotieregulatie en de kwaliteit van de gehechtheid van een zuigeling zijn dus nauw met elkaar verbonden.

Bij zuigelingen worden patronen van emotieregulatie gevormd en ontwikkeld in directe reactie op ervaringen met hun verzorgers. Omdat een zuigeling afhankelijk is van een verzorger (bijv. voor voedsel, onderdak en bescherming), dient de emotieregulatie van een zuigeling de belangrijke functie voor het kind om een hechte relatie met de gehechtheidsfiguur in stand te houden. Dit zorgt ervoor dat de ouder dicht bij het kind blijft en het kind daardoor (hopelijk) beschermd wordt. Zoals werd aangetoond in de bovenstaande “Still Face video’s” is dit een overlevingsinstinct (we zijn hard-wired om dit te doen).

Daarom is het gemakkelijk te begrijpen hoe zuigelingen van niet-zekere ouders, die herhaaldelijk afwijzing of vijandigheid ervaren, heel snel kunnen leren hun eigen negatieve affect te minimaliseren (d.w.z. door zich emotioneel terug te trekken of af te sluiten) om het risico van verdere afwijzing te vermijden. Vaak verinnerlijken zuigelingen de stemmen van hun ouders – en dit kan leiden tot een internalisering van deze reactie op zichzelf die tot in de volwassenheid voortduurt in de vorm van negatieve zelfovertuigingen en/of zelfkritiek.

Aan de andere kant is het gemakkelijk te begrijpen hoe zuigelingen van moeders die relatief wisselend beschikbaar zijn, hun negatieve aandacht maximaliseren om de kans op aanwezigheid van een vaak niet beschikbare verzorger te vergroten. Als deze strategie slaagt, raakt deze door herhaling ingesleten als een natuurlijke reactie wanneer ze met een soortgelijke situatie geconfronteerd worden. Het is duidelijk dat dit kan leiden tot moeilijkheden met emotieregulatie voor het kind, die kunnen voortduren tot in de tienerjaren en de volwassenheid.

Nogmaals, beide patronen van emotieregulatie zijn gewoon voorbeelden van oerpogingen van het kind om in positieve verbinding te blijven met de verzorger. Als deze patronen werken, worden ze herhaald en worden het diep aangeleerde emotionele reacties – manieren waarop we er als volwassenen nog steeds naar kunnen streven dat aan onze emotionele behoeften wordt voldaan.

De vroegste ervaringen die je had met je primaire verzorgers spelen ook een directe rol in de ontwikkeling van je hersenen, die op hun beurt invloed hebben op je vermogen om je emoties te reguleren. Onzekere of inconsistente hechtingsstijlen leiden bij een kind tot de ervaring dat het zich overweldigd en onveilig voelt, wat leidt tot ofwel Hyperarousal (zeer alert zijn) ofwel Hypoarousal (gevoelloos worden) als bescherming. Als hier niets aan gedaan wordt, kan dit gedurende het hele leven voortduren en grote gevolgen hebben voor volwassen relaties, inclusief onze relatie met onszelf.

Na verloop van tijd kunnen deze aangeleerde beschermende gedragingen de hersenen van een kind in een bijzonder cruciale ontwikkelingsfase (0-15 jaar) reorganiseren en dit kan, in combinatie met negatieve jeugdervaringen, tekortkomingen in vaardigheden of onaangepaste copingstrategieën, leiden tot problemen met emotieregulatie bij volwassenen (zoals een verkleinde Window of Tolerance). In wezen komt dit doordat de moeder door interactie met een zuigeling in een zeer kritieke periode van hersenontwikkeling (vooral tussen 0 en 12 maanden) haar kind bijbrengt en vormt hoe negatieve emoties te down-reguleren, maar ook hoe positieve emoties te up-reguleren (zoals vreugde, interesse, opwinding, die belangrijk zijn voor speelstanden en de ontwikkeling van het dopaminerge-beloningssysteem).

Dit is in wezen wat wij als volwassenen uiteindelijk voor onszelf moeten doen, in termen van het reguleren van onze emoties (door onze arousal rustig te activeren en te deactiveren) in reactie op het hele scala van gebeurtenissen en uitdagingen die we meemaken. Dit wordt op een eenvoudige manier uitgebeeld in het volgende schema:

Bovendien weten we dat hoe breder het scala aan emoties is dat een kind leert ervaren (en erop leert reageren), hoe breder het scala aan emoties is dat het als volwassene zal kunnen begrijpen, ervaren en erop zal kunnen reageren (en in anderen zal herkennen, begrijpen en beantwoorden).

Hieruit volgt dat, waar vaardigheden voor emotionele regulatie aanzienlijk gemakkelijker kunnen zijn voor wie is opgegroeid in een veilige hechting, emotionele regulatie moeilijker te leren kan zijn voor wie is opgegroeid met inconsequente, onbeschikbare of mishandelende zorg. Het goede nieuws is evenwel dat we alsnog kunnen leren werken met (en genezen van) onze gewonde hechtingssystemen en het verbeteren van onze emotieregulatie. Dit houdt in wezen het ontwikkelen van een nieuwe reeks vaardigheden in. Die zijn te leren.

Invloed op relaties

Hoewel het mogelijk is om verschillende gehechtheidsstijlen te hebben met verschillende mensen in ons leven (je kunt je bijvoorbeeld tegelijkertijd veilig voelen in je gehechtheid met een beste vriend, angstig in je gehechtheid met je baas, en vermijdend in relatie tot een vervelende buurman), hebben we allemaal één primaire hechtingsstijl. Elke persoon is geneigd meer op deze ene stijl te vertrouwen dan op de andere stijlen van omgang in relatie.

Deze primaire hechtingsstijl is zelfs zo fundamenteel voor hoe we de wereld verwerken en begrijpen, dat we zelfs dromen volgens onze primaire hechtingsstijl. In een onderzoek vulden deelnemers vastgestelde maten van gehechtheid in om te bepalen welke hechtingsstijl hen het beste kenmerkte. Vervolgens luisterden beoordelaars, die blind waren voor de testresultaten, naar de herinneringen van de deelnemers aan dromen (waarbij ze goed luisterden naar thema’s, belangrijke personen en de relaties daartussen). Verbazingwekkend genoeg waren de beoordelaars in staat om de hechtingsstijlen van de deelnemers met zeer grote nauwkeurigheid te categoriseren, eenvoudigweg op basis van de inhoud van hun dromen (!). Dit resultaat is herhaald in vergelijkbaar onderzoek.

Op het gebied van intieme relaties benoemen zowel mannelijke als vrouwelijke volwassenen die op zoek zijn naar een langdurige partner vaak kwaliteiten van responsiviteit die overeenkomen met veilige hechtingszorg (zoals warmte, attentheid en gevoeligheid), als de “aantrekkelijkste” kwaliteiten in potentiële partners. Maar, zoals je waarschijnlijk weet, worden, ondanks de aantrekkelijkheid van deze veilige kwaliteiten, niet alle volwassenen gekoppeld aan veilige partners.

Dat komt omdat het gebruikelijk is dat mensen zich in relaties bevinden met partners die hun bestaande hechtingservaringen met betrekking tot relaties, zorg en liefde bevestigen. Met andere woorden, als volwassenen worden we onbewust aangetrokken tot partners die de hechtingsdynamiek repliceren die we als kind hebben ervaren – zelfs als die dynamiek ons niet helpt. (Dit komt omdat onze antieke hersenen zich op een oeroud, onbewust niveau aangetrokken voelen tot deze ‘vertrouwdheid’).

Dit hoeft echter niet het geval te zijn. Als je in een relatie zit die ongezonde gehechtheidsdynamieken bevat, kun je je daarvan bewust worden en met je partner (of met een therapeut) samenwerken om onwerkbare patronen te verbeteren en te veranderen. Of, als de dynamiek echt disfunctioneel en giftig is, kun je werken aan het beëindigen van een onwerkbare relatie.

Als alternatief, als je geen intieme relatie hebt (of als je er geen zoekt), is het begrijpen van je hechtingsstijl nog steeds enorm belangrijk, omdat die sterk beïnvloedt hoe je met jezelf omgaat en met anderen communiceert (en hen begrijpt).

Niet jouw schuld

Zoals eerder besproken, zijn er veel redenen waarom een ouder moeite kan hebben om emotioneel aanwezig te zijn bij zijn of haar kinderen. Doorgaans proberen de meeste ouders zo goed als ze kunnen om te gaan met de uitdagingen van het ouderschap binnen de emotionele vaardigheden die ze hebben, en vanuit de ervaring die ze van hun eigen ouders hebben opgedaan.

Helaas zullen kinderen van ouders die niet het vermogen hadden om te begrijpen hoe hetgeen ze doen uiteindelijk de psychologische groei en het welzijn van hun kind beïnvloedt, hoogstwaarschijnlijk degenen zijn die de diepste hechtingswonden hebben (en uitdagingen bij het beheren van relaties, inclusief hun reactie op emoties en behoeften van het Zelf). Dit komt omdat we als mensen ingebouwde overlevingsinstincten hebben. Als baby was onze hechtingsstijl onze beste manier van zelfbescherming.

Als je je afstemt op een “niet-veilige” hechtingsstijl, is dat niet omdat je iets verkeerd hebt gedaan. Veeleer vloeit je manier van gehecht zijn voort uit het overleven van je opvoeding. Met andere woorden, een “niet-veilige hechtingsstijl” is een reactie op dit tijdvak omdat het was hoe we leerden om de uitdagingen van de aan ons verstrekte zorg ” in evenwicht te brengen”. Elke niet-veilige hechtingsstijl die we mochten ontwikkelen was de beste manier waarop we konden omgaan met de moeilijkheden van de omstandigheden die ons werden aangereikt. Met andere woorden, onze hechtingservaringen zijn niet onze schuld (!). We hebben onze families niet gekozen, noch hebben we gekozen voor de moeilijke vroege jeugdervaringen waaraan we werden blootgesteld.

Welke hechtenisstrategie je momenteel ook hebt, weet dat veilige gehechtheid mogelijk is. Leren over gehechtheid is een reis van helen, zelfcompassie, en bewegen naar een meer veilige vorm van gehechtheid die uiteindelijk zal leiden tot gezondere, meer lonende relaties.

Je kunt herstellen van je hechtingswonden. Je kunt leren nieuwe manieren te ontwikkelen om je tot jezelf te verhouden en je met anderen te verbinden. Leren over gehechtheid door dit artikel (en enkele van de artikelen onderaan deze pagina) te lezen kan het begin zijn van een dergelijke reis…

Het helen van je gehechtheidswonden

We weten nu dat de hechtingsstijl die je als kind ontwikkelde op basis van je relatie met een ouder of vroege verzorger niet je manier van omgaan met jezelf, of met degenen van wie je houdt in je volwassen leven, hoeft te bepalen. In feite weten we dat genezing van onze gehechtheidswonden mogelijk is door gezonde, emotioneel corrigerende relaties.

We weten dat een gezonde hechting aan anderen onze voornaamste bescherming is tegen gevoelens van hulpeloosheid en zinloosheid. Zo kunnen hechte, verbonden relaties daadwerkelijk angst en vrees verminderen door onze oerangst voor verlating te verlichten. Dit komt omdat sterke, verbonden relaties gevoelens van angst (dreigingsactivatie) verminderen en helpen “de hersenen te kalmeren”.

Terwijl emotionele isolatie gevaarlijker is voor de gezondheid dan roken of een gebrek aan lichaamsbeweging (mensen die alleen wonen ervaren bijvoorbeeld drie keer zoveel beroertes als mensen die samen zijn) zijn degenen die de veiligheid voelen van een troostende relatie juist veerkrachtiger in het leven en durven ze meer risico’s te nemen. Heel eenvoudig: liefhebben en bemind worden maakt iemand sterker. Wie vertrouwen in elkaar heeft, kan zich in tijden van nood tot elkaar wenden en dat schept nog meer emotionele veiligheid.

Emotioneel corrigerende relaties kunnen intieme relaties zijn die je kunt hebben met een trauma-bewuste emotioneel ondersteunende partner (of een goede vriend) die ofwel een veilige hechtingsstijl heeft, ofwel zelf veel van dit werk in therapie heeft gedaan. Deze persoon kan bereid zijn om ruimte voor je te houden en je tegelijkertijd verantwoordelijk te houden, terwijl jullie samen de pijn van jullie verleden verwerken op alle manieren waarop dit in de dynamiek van jullie relatie naar voren kan komen. Nogmaals, deze personen zijn dikwijls mensen die vaak al therapie hebben gevolgd en werk hebben gemaakt van het doorbreken van hun hechtingspatronen. Deze relaties verdienen het evenwel om te worden gekoesterd en vormen niet altijd een volledige vervanging voor het werken met een professional die getraind is in het helpen genezen van gehechtheidswonden.

Helaas is voor mensen met complexe gehechtheidswonden het ontwikkelen van een veilige relatie met de ‘juiste soort persoon’ die emotioneel veilig, deskundig, geduldig, onvoorwaardelijk niet-veroordelend en in staat is om een consistente veilige basis te bieden een enorme taak, en er zullen waarschijnlijk veel hindernissen onderweg zijn. Hechtingspatronen kunnen zeer moeilijk te begrijpen zijn en zeer lastig te veranderen, waardoor relaties onder grote druk kunnen komen te staan. Werken met een professional die getraind is in het helpen genezen van hechtingswonden is daarom ten zeerste aan te bevelen.

Hoewel bronnen voor zelfhulp nuttig kunnen zijn, is het ook belangrijk om hulp te zoeken voor hechtingsproblemen en niet alleen te vertrouwen op zelfhulpmateriaal. Dat komt omdat gehechtheid relationeel is, het gaat om de ontwikkeling van je hersenen en het emotionele leren in de context van interacties mét anderen. Het leren, reflecteren en genezen dat nodig is om problematiek rond gehechtheid aan te pakken vereist een emotioneel-afgestemde en emotioneel-veilige therapeutische omgeving waarin je dit werk kunt doen, en om interpersoonlijke vaardigheden te kunnen oefenen die je niet alleen machtig kunt worden. 

Individuele therapie

Een bekwame trauma-geïnformeerde psycholoog die de juiste training heeft gevolgd kan je de ervaring bieden van een gezonde, emotioneel corrigerende relatie. Een therapeutische relatie heeft het potentieel om een emotioneel corrigerende relatie te zijn, omdat het de taak van de therapeut is om ethisch en consequent te zijn, en veiligheid in te bouwen terwijl die volledig aanwezig is voor diens cliënten. Het doel van therapie bij het bieden van een veilige gehechtheid is dat de cliënt een veilige relatie ervaart, en vervolgens die emotieregulatie-vaardigheden mee naar buiten neemt in relaties met partners, kinderen en vrienden. In therapie kun je manieren ontrafelen waarop je je misschien verdedigt tegen toenadering en emotionele verbondenheid, en kun je werken aan het vormen van een “verdiende veilige hechting.” Dit werk kan tijd kosten – maar het kan gedaan worden, ongeacht of je een intieme relatie hebt, of niet.

Wat betreft het gebruik van een emotioneel corrigerende relatie door therapie om je relatie met jezelf te verbeteren, kan dit inhouden dat je nieuwe manieren leert om jezelf te kalmeren en te steunen als je het moeilijk hebt of een tegenslag ervaart. Deze gevoelsvaardigheden zullen je als kind waarschijnlijk niet aangereikt zijn. Voor mensen met aanzienlijke ontwikkelingstrauma’s (zoals hechtingswonden of negatieve ervaringen in de kindertijd) kan therapie zoals EMDR helpend zijn om je te helpen van verstorende pijnlijke herinneringen los te maken, zodat je je verleden achter je kunt laten, en relaties met jezelf en anderen kunt opbouwen die je eerder niet kon hebben.

Therapie voor stellen (EFT voor koppels)

De meest grondig onderzochte therapie voor paren die gebruik maakt van de hechtingsleer heet Emotionally Focused Therapy (EFT) for Couples. EFT voor koppels is een kortdurende therapie die gericht is op het verbeteren van gehechtheid en hechting in volwassen relaties. EFT voor koppels gaat over het creëren van verbinding in hechte relaties. Het helpt paren hun emotionele ervaring te begrijpen en uit te drukken, met inbegrip van hun behoeften, gevoelens, gedachten en gedragingen.

EFT for Couples wordt erkend als de gouden standaard voor proefondervindelijke interventies voor stellen. Dit onderzoek toont grote behandeleffectgroottes en indrukwekkend, stabiele resultaten over langere tijd.

EFT is het enige model van interventie voor paren dat gebruik maakt van een systematisch proefondervindelijk gevalideerd model van volwassen hechting (attachment) als basis voor het begrijpen en verlichten van relatieproblemen. Meer dan 30 jaar geleden ontwikkeld door Sue Johnson, is EFT for Couples in wezen hechtingswetenschap in een vorm van therapie. Zoals besproken, ziet de gehechtheidswetenschap de mens als aangeboren relationeel, sociaal en ingesteld op intieme binding met anderen. Het EFT model geeft prioriteit aan emoties en emotionele regulatie als de belangrijkste organiserende factoren in individuele ervaringen en belangrijke relatie-interacties.

EFT for Couples richt zich niet alleen op factoren als relatieproblemen, intimiteit, vertrouwen en het vergeven van wonden, maar wil ook de hechtingsstijl van jou en je partner beïnvloeden en herstellen.

Emotionally Focused Therapy (EFT) omvat het bespreken van specifieke incidenten die zich in je relatie kunnen voordoen, als een manier om ieder van jullie te helpen leren over je emoties en het gedrag dat uit die incidenten voortvloeit.

Je therapeut kan het bijvoorbeeld hebben over je partner die je eraan herinnert het vuilnis buiten te zetten en hoe je je daardoor voelt. Voel je je boos? Wat zou je nog meer kunnen voelen? Schaam je je omdat je het vergeten bent en wil je daarom boos uitvallen? Voel je je beoordeeld als “niet goed genoeg” door je partner en geeft dat je het gevoel dat je deze teleurgesteld hebt? Zorgt dit er dan voor dat je je van je geliefde wilt terugtrekken?

Doelen van EFT voor paren:

  • Een positieve verschuiving teweegbrengen in de onderlinge verhouding en patronen tussen partners.
  • Bevorderen van het scheppen van een veilige band tussen partners.
  • Het uitbreiden en herorganiseren van de belangrijkste emotionele reacties en daarmee ook het herorganiseren van het Zelf.

Als je in een gespannen relatie zit, of je wilt je relatie op welke manier dan ook verbeteren, dan raad ik je ten zeerste aan meer te weten te komen over het werk van Sue Johnson en een psycholoog te zoeken die EFT voor koppels kan aanbieden.

Kijk hier voor een overzicht van het onderzoek naar EFT voor koppels.

Hierna volgt een korte video met uitleg over het onderzoek dat Sue Johnson en haar team uitvoerden, waarbij hersenscans werden gemaakt van mensen in relaties die werden behandeld met EFT for Couples. Het laat zien hoe het ontwikkelen van een sterke relationele band gevoelens van angst (dreigingsactivatie) kan verminderen en kan helpen “het bedreigde brein te kalmeren”.

Soothing the Threatened Brain

Zie voor een korte uitleg van EFT voor paren de volgende video:

What is Emotionally Focused Therepy (or EFT)?

Een meer uitgebreide presentatie over EFT voor paren vind je hier.

Informatie voor ouders en verzorgers

Als je een ouder bent van wie de hechtingservaringen in de kindertijd minder ideaal waren, of erger nog, misschien werd je blootgesteld aan belangrijke trauma’s die doorgaans worden aangeduid als adverse childhood events (ACE’s), dan raad ik je aan in therapie te gaan bij een klinisch psycholoog die trauma-geïnformeerd en gehechtheidsbewust is (let op: helaas zijn niet alle psychologen dat). Opties voor gezinstherapie zijn er ook in overvloed.

Het is ook belangrijk om te investeren in jezelf informeren. Mijn advies is om een (of beide) van de volgende erkende en wetenschappelijk onderbouwde programma’s te volgen:

Circle of Security (COS) training:

Een internationaal programma ontworpen voor ouders en verzorgers van kinderen van 0-12 jaar die de band met hun kinderen willen versterken en ondersteuning willen om hun kinderen te helpen veilige relaties op te bouwen. Er zijn aanwijzingen dat ouders de onzekere hechtingsstijl van een kind in feite positief kunnen veranderen in ‘veilig’ met de COS-training.

Collaborative and Proactive Solutions (CPS) training:

CPS is een bewezen model van psychosociale behandeling ontwikkeld door Dr. Ross Greene, en beschreven in zijn boeken Raising Human Beings, Lost at School, & The Explosive Child (een andere zeer aan te bevelen baanbrekende benadering voor het begrijpen en opvoeden van kinderen die vaak ernstige driftbuien en ander uitdagend gedrag vertonen).

In plaats van zich te richten op het uitdagende gedrag van kinderen (en het aanpassen daarvan), helpt CPS kinderen en verzorgers de problemen op te lossen die dat gedrag veroorzaken. Deze probleemoplossing is coöperatief (versus eenzijdig) en proactief (versus reactief). Onderzoek blijft uitwijzen dat het model niet alleen effectief is in het oplossen van problemen en het verbeteren van gedrag, maar ook in het verbeteren van communicatieve en emotieregulerende vaardigheden.

The Attachment Project:

The Attachment Project is een organisatie (met winstoogmerk) die nuttige zelfhulpinformatie heeft voor ouders & verzorgers (zoals via de hierboven genoemde link) om beter te begrijpen hoe de verschillende hechtingsstijlen zich ontwikkelen in reactie op specifieke opvoedingsstrategieën en -stijlen. De inhoud is samengesteld door psychologen. Ze bieden echter een Attachment Style ‘quiz’ aan die geen betrouwbaar diagnostisch instrument is, noch empirisch gevalideerd (als je deze quiz doet, neem dat dan met ‘een korreltje zout’). Ze zeggen er wel eerlijk bij: “De inhoud en cursussen van The Attachment Project zijn alleen voor informatieve en educatieve doeleinden. Onze website en producten zijn niet bedoeld als vervanging van professioneel medisch en/of psychologisch advies, diagnose of behandeling.”

Samenvatting:

  • Gehechtheidswetenschap is een van de meest onderzochte gebieden in de psychologie.
  • De hechtingswetenschap verklaart hoe mensen zich ontwikkelen en functioneren in relaties gedurende het hele leven.
  • Onze ‘hechtingsstijl’ is gerelateerd aan de mate van kwaliteit van onze relaties met onze primaire verzorgers.
  • Onze vroegste hechtingen met ouders of verzorgers vormen onze vaardigheden en verwachtingen voor relaties gedurende het hele leven. De kwaliteit van onze band binnen deze vroege relaties beïnvloedt hoe ons gevoel van Zelf zich ontwikkelt, wat we van onze partners verwachten, en hoe we geloven dat relaties werken.
  • Onze vroege hechtingservaringen hebben invloed op: hoe onze hersenen zich ontwikkelen; hoe we geleerd hebben onze emoties te reguleren in reactie op stress, én hoe we ons verhouden tot anderen en onszelf (inclusief de partners die we kiezen en hoe we geloven dat relaties werken, en we ons gedragen in relaties).
  • Hechtingsstijlen zijn niet onze schuld (of onze keuze). Ze ontstaan juist vroeg in ons leven en zijn het resultaat van eerder aangepast, zelfbeschermend (d.w.z. ‘overlevings’) gedrag, dat we hebben ontwikkeld als reactie op onze opvoeding. Deze patronen worden vaak voortgezet in de volwassenheid, ook al kunnen de daaruit voortvloeiende effecten op onze relaties met onszelf en anderen in het gedrang komen of uiteindelijk onwerkbaar worden.
  • Ouders hoeven niet per se zeer grof te zijn om een negatief effect op hun kinderen te hebben. Ouders die overbeschermend en opdringerig zijn, die oordelen en hoge verwachtingen hebben, of die de gedachten en gevoelens van een kind afwijzen, kunnen voor dat kind ook een wantrouwen in relaties veroorzaken – of zelfs een wantrouwen in de eigen emoties – tot ver in de volwassenheid.
  • Gehechtheid in combinatie met negatieve jeugdervaringen en andere ontwikkelingstekorten (resulterend in moeilijkheden met emotieregulatie of onaangepaste copingsstrategieën), kan leiden tot moeilijkheden met emotieregulatie bij volwassenen (zoals een versmalde Window of Tolerance).
  • Het helen van onze gehechtheidswonden is mogelijk door een combinatie van leren, door zelfreflectie en door gezonde ‘emotioneel corrigerende relaties’ – denk hierbij onder meer aan therapie met een trauma-geïnformeerde, hechtingsbewuste therapeut bij wie je je veilig, begrepen en gerespecteerd voelt.
  • Hoewel zelfhulpinformatie nuttig kan zijn, is er behoefte aan veilige geleide reflectie en het leren van interpersoonlijke vaardigheden die je niet alleen kunt aanleren.
  • Omdat gehechtheid relationeel is, hebben we een emotioneel-afgestemde en emotioneel-veilige (therapeutische) omgeving nodig waarin we dit werk kunnen doen. Het gaat om het werken met ons emotionele besef van en onze reacties in de context van interacties met anderen.
  • Therapieën zoals EMDR kunnen nuttig zijn om je te helpen de verstoring van pijnlijke herinneringen weg te nemen, zodat je je verleden achter je kunt laten, en de relaties met jezelf en anderen kunt aangaan die je vroeger niet kon hebben. Ongeacht het ’type’ therapie, zorg ervoor dat je de hulp inroept van een therapeut die trauma-geïnformeerd en hechtingsbewust is.
  • Hulp voor ouders is er in overvloed in de vorm van individuele en gezinstherapie, en door wetenschappelijk onderzoek ondersteunde programma’s die hierboven in dit artikel zijn genoemd.
  • Paren met hechtingsproblemen is het aan te bevelen te investeren in therapie bij een therapeut die getraind is in Emotionally Focused Therapy (EFT) voor koppels. EFT voor paren richt zich niet alleen op factoren als relatieproblemen, intimiteit, vertrouwen, en het vergeven van gekwetstheid, maar richt zich ook op het beïnvloeden en herstellen van de hechtingsstijl van jou en je partner.
  • Begrijp dat je hechtingsstijl ook van invloed kan zijn op hoe je in therapie gaat. Als je therapie krijgt (of van plan bent te krijgen), raad ik je aan het volgende artikel te lezen: Hoe je het meeste uit therapie kunt halen.

Ter inspiratie:

Bijna iedereen heeft te maken met ontwikkelingstrauma. Dit veroorzaak een overspannen zenuwstelsel. En dit is de oorzaak van bijna al je (persoonlijke) problemen. Heb je moeite om voor jezelf op te komen? Kun je moeilijk ontspannen in je relatie? Ben je ongelukkig? Heb je het gevoel dat je niet goed genoeg bent? Wijs je jezelf (op sommige gebieden) af? Heb je moeite om het geluk te ‘grijpen’ in het leven? Lijkt rust, liefde en vrede door je vingers te glippen? Grote kans dat je te maken hebt met ontwikkelingstrauma en je zenuwstelsel overactief is. Het voelt voor jouw systeem simpelweg te onveilig om te ontspannen. En daardoor blijf je op een waakstand staan. Een stand die voor je systeem veilig en vertrouwd voelt. Maar waardoor je niet (echt) leeft. Niet in verbinding staat met je hart en niet leeft vanuit liefde en vertrouwen. Is dat wel waar je naar verlangt? Luister dan deze podcast! Jan is ervaringsdeskundige en expert op dit gebied. Hij legt de oorzaak kraakhelder uit. Hij leert je hoe je je zenuwstelsel kunt leren ontspannen. Ontdek welke kleine stap je vandaag al kunt zetten. 

Jeugdtrauma: Hoe ontstaat het en hoe heel je het? - Thijs Lindhout en Jan Bommerez

Wat kun je verwachten van dit interview? Je intieme relatie is dé plek waarin je wordt geraakt in stukken bij jezelf waar pijn en/of trauma zit. Hoe kun je deze pijn Helen? Volgens Olivier is de essentie van Heling/herstel de pijn voelen. En daar liefde aan toevoegen. Pijn vermijden is de grootste oorzaak van lijden. In het interview vertelt Olivier wat de twee meest voorkomende manieren zijn van pijn vermijden. Één is in de context van een relatie en de ander is juist in de context van alleen zijn. Wanneer je wel (in de context van een intieme relatie) de pijn aan durft te kijken en te voelen.. dan kan dit hertraumatiserend of helend zijn. Wanneer ‘weet’ je of je relatie hertraumatiserend of Helend is? Dat vertelt Olivier in dit interview. Bovenop de waardevolle kennis in dit interview, vind ik het vooral zo bijzonder van Olivier dat hij heel kwetsbaar durft te zijn. Hij geeft aan dat zijn diepste verlangen verbinding is. Wanneer hij té veel de ’teacher’ is dan ervaart hij minder verbinding. Olivier deelt daarom open over zijn eigen proces (wat hij omschrijft als ploeteren) en hoe hij zichzelf en eenzaamheid tegenkomt binnen- en buiten relaties.

Diep relationeel trauma en hoe dit te herstellen - Thijs Lindhout en Olivier Winants

Auteur

Dr. Andreas Comninos is een gepromoveerd klinisch psycholoog met meer dan 15 jaar ervaring. Hij is een EMDRAA geaccrediteerd praktiserend arts en een supervisor goedgekeurd door The Psychology Board of Australia. Zijn promotieonderzoek betrof de invloed van gehechtheid op het proces en de resultaten van psychotherapie. Andreas is trauma-geïnformeerd en heeft een brede belangstelling voor hechting, de neurobiologie van emoties en bewezen somatische behandelingen, waaronder EMDR Therapie, Compassion-Focused Therapy (CFT) en Sensorimotor Psychotherapy. Voor directe zelfhulp heeft hij praktische artikelen geschreven met hulpmiddelen om mensen uit alle lagen van de bevolking te helpen. Andreas is bijzonder blij dat wij zijn artikelen met je kunnen delen.

Foto van auteur Andreas Comninos

Dit artikel is geïllustreerd door Annemarie van Essen en vertaald door Monique Timmermans.