
Door Jo Ann Cook – 7 maart 2019
(Deel 2 van 2)
Noot van de redactie: Lees deel 1 van dit essay, “Hoe ‘bewustwording rond mentale gezondheid’ van schoolkinderen een afzetmarkt maakte”, hier.
Tijdens mijn loopbaan als maatschappelijk werker en lid van een multidisciplinair team op Canadese scholen, was het onze taak om leerlingen met leer-, emotionele of gedragsproblemen te ondersteunen, te begeleiden en voor hen op te komen, omdat die problemen hun kansen op succes op school zouden belemmeren. Vanaf de jaren negentig werden we echter aangespoord om de moeilijkheden van onze leerlingen te zien als ‘geestelijke gezondheidsproblemen’ en onze leerlingen door te verwijzen naar medische experts, die vaak medicatie voorschreven.
Zo stond in een handboek, When Something’s Wrong: Ideas for Teachers van de Canadian Psychiatric Foundation, dat een aanzienlijk aantal leerlingen last had van een hersendisfunctie. De oorzaken van deze ‘veelvoorkomende’ psychische stoornissen (angststoornissen, autisme, depressie, eetstoornissen, impulsbeheersingsstoornissen, schizofrenie en andere) bleven echter onbekend. Hoewel er geen fysiologische tests waren om het bestaan van deze stoornissen vast te stellen, verzekerde het handboek leraren ervan dat ze wel degelijk bestonden en dat medicatie werkte.
Mijn ervaring leerde me iets anders. En de drijvende kracht achter de initiatieven voor ‘bewustwording rond geestelijke gezondheid’ op school werd me steeds duidelijker. Op de achterkant van When Something’s Wrong stonden, naast de namen van lokale bedrijven en non-profitorganisaties die het handboek sponsorden, ook de namen van farmaceutische bedrijven: Lundbeck, Pfizer, Sanofi-Syntel en Janssen-Ortho.
Toen ontdekte ik een boekje uit 1990 met de titel ADHD: Attention Deficit Hyperactivity Disorder and Learning Disabilities Booklet for the Classroom Teacher, dat een aantal ontbrekende stukjes van de puzzel op zijn plaats legde. Het boekje, geschreven door een psychiater genaamd Larry Silver, werd gesponsord door het farmaceutische bedrijf Ciba-Geigy. Ciba-Geigy gebruikte het duidelijk als marketingmiddel om de verkoop van Ritalin te stimuleren door de stoornis bij leraren onder de aandacht te brengen.
Ik realiseerde me dat dit soort documenten deel uitmaken van het arsenaal aan tactieken dat farmaceutische reuzen en hun bondgenoten hebben ingezet om psychiatrische medicijnen te verkopen als iets gezonds voor kinderen. Het ervoor dat er een constante stroom klanten voor hun producten blijft bestaan.
Hoe de farmaceutische industrie de scholen binnenkwam
De verklaring van de Amerikaanse Surgeon General uit 2001 over een crisis in de geestelijke gezondheid van kinderen, die de aanzet gaf tot zoveel van deze schoolgerichte initiatieven, was zelf sterk beïnvloed door de farmaceutische industrie. De conferentie van de Surgeon General over de geestelijke gezondheid van kinderen in 2000, die hieraan voorafging, omvatte een gerelateerde bijeenkomst over „Psychofarmacologie voor jonge kinderen: klinische behoeften en onderzoeksmogelijkheden”, georganiseerd door het National Institute of Mental Health en de Food and Drug Administration. Aanbevelingen uit deze twee bijeenkomsten vormden de basis voor de nationale actieagenda.
Deze alliantie was niet nieuw. Zoals dr. Peter Breggin in zijn boek The War Against Children of Color (1998) beschreef, pompt de farmaceutische industrie al sinds de jaren zestig, zowel direct als indirect, geld in onderzoeksprogramma’s van de National Institutes of Health die op zoek zijn naar biologische markers voor storend gedrag. Deze samenwerking tussen de industrie en de overheid kwam begin jaren negentig in een stroomversnelling met het inmiddels in diskrediet geraakte federale ‘geweldsinitiatief’, dat tot doel had vermeende genetische afwijkingen bij jongeren in de binnenstad te identificeren en medisch te behandelen, omdat die hen zogenaamd vatbaar zouden maken voor criminaliteit.
Daardoor zijn strategieën zoals de campagne “talk to your doctor” over elk probleem in de kindertijd uiterst effectief gebleken om de industrie te helpen traditionele opvoedingsmethoden ter beheersing van het gedrag van kinderen te marginaliseren en te vervangen door advies van ‘deskundigen’ op het gebied van geestelijke gezondheid en het gebruik van gevaarlijke medicijnen. Deze campagnes doen denken aan de inmiddels illegale oude tabaksadvertenties waarin artsen het roken van sigaretten aanbeveelden.
Andere tactieken, zoals het illegaal op de markt brengen van medicijnen voor niet-goedgekeurde toepassingen bij kinderen, samen met zorgverzekeringsfraude, smeergeld aan artsen en het achterhouden van veiligheidsgegevens, zijn uitgebreid gedocumenteerd in de media, maar zijn bij consumenten nauwelijks bekend. Deze misdrijven hebben geleid tot boetes van miljarden voor farmaceutische bedrijven. Het is duidelijk dat de boetes geen effectief afschrikmiddel zijn geweest.
Workshops als medicijnverkoop
Het pathologiseren van kinderen heeft ook geleid tot opportunisme. De scholen waar ik werkte, werden overspoeld met verzoeken van allerlei mensen en belangengroepen die een graantje mee wilden pikken. Vanaf de jaren 2000 begonnen programma’s tegen pesten en voor angstbeheersing, allerlei vormen van therapie en psychologische beoordelingen zich als een lopend vuurtje te verspreiden. Zo werd de invloedrijke ‘Collaborative Problem-Solving’-aanpak, ontwikkeld door psycholoog Ross Greene in samenwerking met het aan Harvard gelieerde Massachusetts General Hospital, een ware rage. Tijdens een tweedaagse workshop die ik in 2010 bijwoonde, moedigde Greene leraren aan om hun verwachtingen voor kinderen met storend gedrag te verlagen en deze kinderen simpelweg te zien als kinderen met ontwikkelingsachterstanden van biologische aard.
Als deze strategieën voor gezamenlijke probleemoplossing bij sommige kinderen niet werkten, zo stelde Greene, zou dat kunnen betekenen dat deze jongeren aan een bipolaire stoornis leden en medicatie nodig hadden. (Greene werkte destijds samen met psychiater Joseph Biederman, die als eerste het idee van bipolaire stoornis bij kinderen onder de aandacht bracht.) Leraren kregen het advies om het boek van Greene, The Explosive Child, aan de ouders van hun leerlingen aan te bevelen, en het is sindsdien een bestseller geworden.
Die trend zet zich vandaag de dag voort. Kijk maar eens naar wat schoolbestuurders te horen kregen tijdens een recente workshop in Vancouver van psychiater Stan Kutcher, de Sun Life-leerstoelhouder voor Geestelijke Gezondheid van Adolescenten aan de Dalhousie University. Volgens zijn workshopgids voor onderwijzers staat er: „De exacte oorzaak van psychische aandoeningen is nog niet bekend…“ Maar de gids spreekt deze bewering vervolgens tegen door tientallen keren te beweren of te suggereren dat psychische aandoeningen net als lichamelijke aandoeningen biologische oorzaken hebben en dat medicijnen de beste manier zijn om ze te behandelen.
Op pagina 25 van de gids staat een link naar een video met de titel „Ellie’s Depression“. Tegen het einde van de video zie je de voorheen verdrietige en worstelende Ellie vrolijk pillen slikken, waarmee de boodschap wordt benadrukt dat medicijnen de oplossing voor haar probleem zijn. Er zijn geen ouders of familieleden te zien.
Het is twijfelachtig of schoolbestuurders, ouders of leerlingen weten dat Kutcher een van de auteurs was van het beruchte artikel in een medisch tijdschrift over Studie 329. Van dat onderzoek, waarin de negatieve effecten van het antidepressivum Paxil bij tieners werden gebagatelliseerd, bleek later dat het was geschreven door een PR-bureau dat was ingehuurd door de fabrikant van het medicijn. Kutcher is ook consultant en adviseur geweest voor wat onderzoeker Alan Cassels op het gebied van geneesmiddelenbeleid een laundry list of the world’s biggest drug companies noemde: GlaxoSmithKline, Pfizer, Eli Lilly en nog veel meer.
Toch blijven Kutcher en psychiaters zoals hij zulke workshops overal in Canada organiseren.
Genoeg is genoeg
In mijn rol als maatschappelijk werkconsulent bracht ik ouders regelmatig op de hoogte van de ernstige bijwerkingen van psychiatrische medicijnen. Dat ik me hierover uitsprak, leidde tot afkeuring van mijn leidinggevenden. Ik begon me machteloos te voelen bij mijn pogingen om leerlingen, vooral middelbare scholieren, te ondersteunen en te begeleiden. Zij waren al sinds de kleuterschool volgestopt met allerlei medicijncocktails en ondervonden daardoor tragische gevolgen voor hun schoolprestaties en hun leven.
Ik werd achtervolgd door het verhaal van jongeren zoals Jordan, een toen 15-jarige jongen die vanwege angstklachten niet meer naar school ging. In 2014 werd mij gevraagd om zijn schoolbehoeften te beoordelen en daarover een rapport te schrijven. Ik had toegang tot al zijn schoolrapporten van de kleuterschool tot en met klas tien, inclusief psychologische, medische en psychiatrische dossiers. In de eerste schooljaren van Jordan waren er geen aanwijzingen dat hij iets anders was dan een normaal, nieuwsgierig kind. Zijn leraren meldden echter dat hij moeite had met het volgen van routines en zich te veel zorgen maakte over het vinden van het juiste antwoord.
De school adviseerde een psychologisch onderzoek, wat leidde tot de diagnose ‘angststoornis’ en een recept voor Prozac (SSRI) van een psychiater. De jongen werd vervolgens opgenomen in het ziekenhuis vanwege agressieve uitbarstingen, zelfmoorddreigingen en ernstige angst. In het ziekenhuis kreeg hij de aanvullende diagnose ‘syndroom van Asperger’ en werden hem Citalopram (SSRI) en Risperdal (antipsychoticum) voorgeschreven voordat hij weer naar huis mocht.
De medische wereld wil graag beweren dat de behandeling die deze jongen en anderen krijgen, leidt tot goede schoolresultaten en een hoopvolle toekomst. Dat is niet gebeurd. Door zijn behandeling met allerlei medicijnen die zijn geest beïnvloeden, werd Jordan juist superangstig en bang, en weigerde hij naar school te gaan. Tegen de tiende klas ging hij helemaal niet meer naar school.
Ik besloot om het boek Anatomy of an Epidemic van Robert Whitaker aan zijn ouders aan te raden. Ik deed dat met enige schroom, omdat ik had gehoord dat sommige ouders die de diagnose van hun kind klakkeloos geloven, aanstoot kunnen nemen aan andere informatie en misschien een klacht zouden indienen bij de schooldirecteur. Ik ben er nooit achter gekomen of ze het boek hebben gelezen, of wat er met Jordan is gebeurd, omdat ik uiteindelijk zelf mijn baan heb opgezegd.
Mijn leidinggevenden hadden me gevraagd om leraren bij te scholen over een nieuw overheidsdocument waarin leraren werd gevraagd om leerlingen bij wie een psychische stoornis werd vermoed, door te verwijzen naar gezondheidsprofessionals. Het document bevatte gedetailleerde informatie over de prevalentie van psychische problemen, beschrijvingen van de symptomen en strategieën om kinderen met deze aandoeningen te ondersteunen. Er werd echter met geen woord gerept over wetenschappelijk onderbouwd bewijs. Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen.
Een oproep aan ouders
Ik dring er bij ouders op aan om zichzelf niet alleen te informeren over de gevaren van psychiatrische diagnoses en medicijnen, maar ook over de vele verborgen factoren die een rol spelen binnen ons steeds competitiever wordende schoolsysteem en die schadelijk zijn voor het welzijn van kinderen.
Een voorbeeld: recente testresultaten hangen samen met de sociaaleconomische status, waardoor de rijkste en armste schooldistricten gemiddelde prestatieniveaus hebben die meer dan vier leerjaren uit elkaar liggen. Hoewel alle kinderen het risico lopen op school het stempel ‘psychische stoornis’ te krijgen, krijgen minder kinderen uit de middenklasse psychiatrische medicijnen voorgeschreven, omdat inkomensongelijkheid vaak de oorzaak is van de leermoeilijkheden van kinderen. Een recent rapport over ADHD-caseloads laat bijvoorbeeld zien dat het aantal ADHD-diagnoses onder lagere sociaaleconomische groepen explosief is gestegen, terwijl het aantal diagnoses bij de meer welgestelden juist daalt. Lage sociaaleconomische groepen zijn een makkelijk doelwit binnen het schoolsysteem. Elk kind dat achterblijft in vaardigheden, krijgt eerder het stempel ADHD of depressie, net zoals dat op mijn scholen gebeurde. Farmaceutische bedrijven hebben munt geslagen uit deze ongelijkheden.
Ouders, leraren, gezondheidswerkers, pleitbezorgers voor kinderen en consumentengroepen moeten zich uitspreken tegen deze destructieve trend in de kinderjaren en druk uitoefenen op onderwijs- en overheidsfunctionarissen om de farmaceutische industrie en haar ‘thought leaders’ uit de scholen te weren.
Ouders!
Wees proactief. Zeg tegen leraren en deskundigen dat jullie, als het om het gedrag van jullie kinderen gaat, zelf het beste weten wat goed voor hen is en dat jullie geen enkel voorstel zullen accepteren waarin wordt gesuggereerd dat ze bewustzijnsveranderende chemicaliën nodig hebben.
Leraren!
Help niet langer mee om psychische stoornissen bij je leerlingen te identificeren. Kijk in plaats daarvan naar sociale en emotionele factoren thuis of op school die mogelijk problemen veroorzaken.
Gezondheidswerkers!
Gebruik de term ‘psychische problemen’ niet meer als je het hebt over emotionele of gedragsproblemen bij kinderen. Kinderen en jongeren hebben steun en aanmoediging nodig, geen stigmatiserende labels. Ouders hebben behoefte aan accurate informatie over de gevaarlijke bijwerkingen van Ritalin en andere psychiatrische medicijnen.
De toekomst en het welzijn van onze kinderen hangen van ons allemaal af. We moeten nu in actie komen.
***Gepubliceerd op Mad in America, 1 maart 2019. Vertaald door MitN***
Mad in America biedt ruimte aan blogs van een diverse groep schrijvers. Deze posts zijn bedoeld als openbaar forum voor een brede discussie over de psychiatrie en haar behandelingen. De meningen die hierin worden geuit, zijn die van de schrijvers zelf.




