donderdag 01 oktober 2026
Start Blogs Ervaringsdeskundige zijn in een systeem dat ik veracht, is dat verraad?

Ervaringsdeskundige zijn in een systeem dat ik veracht, is dat verraad?

Collega's lachen, vrouw loopt weg. Ze voelt veel, doet niet mee, loopt ervoor weg, maar spreekt ook niet tegen.

Door MITUK admin – 17 juli 2025

Op een zekere dinsdag was ik op mijn werk toen mijn collega tegen me zei dat ze zou willen dat de suïcidepoging van iemand (zoals ik ooit was) gelukt was. De persoon over wie ze het had was zwaar depressief en was opgenomen in het ziekenhuis na een zelfmoordpoging. Mijn collega vond hem vervelend omdat hij haar steeds om dingen bleef vragen, zoals het gebruik van de telefoon. Ze wenste dat hij dood was “zodat hij ons niet meer steeds lastig viel.” Ze wist niet dat ik zelf ooit een zelfmoordpoging had gedaan en in het ziekenhuis opgenomen was geweest. Het voelde nooit veilig om dat te vertellen….

Dit was één van de extremere opmerkingen die ik gehoord heb, maar het is representatief voor de microagressies tegen mensen met psychische problemen en/of verslavingsproblemen die ik regelmatig van collega’s opvang. Ik werk samen met psychiaters, verpleegkundigen, maatschappelijk werkers en andere professionals in de geestelijke gezondheidszorg die vriendelijk doen tegen mij en die dan vervolgens mensen net als mij kleineren, ontmenselijken, betuttelen, veroordelen en discrimineren.

Als patiënt was ik al getuige van discriminatie en mishandeling in de geestelijke gezondheidszorg. Ik voelde de vijandigheid van een SEH-verpleegster afdruipen toen ze snauwde dat sterke mensen met hun problemen leren omgaan in plaats van een zelfmoordpoging te doen. Ik zag hoe een patiënt werd weggesleurd en aan haar bed werd vastgebonden als straf voor het feit dat ze over haar zelfmoordgedachten sprak terwijl het personeel haar dat verboden had. Toch ben ik geschokt door de wel ergere dingen die gezegd en geschreven worden achter de schermen, in de verpleegpost. Huilen wordt weggezet als aandacht vragen, symptomen worden afgeschilderd als nep, er wordt hard geoordeeld, er wordt willekeurig en op onnodige wijze machtscontrole uitgeoefend op zaken als ‘de tussendoortjes’, en er is sprake van bestraffende en onnodige afzondering en fixatie. Na vele jaren in het veld voel ik vaak een onderhuidse woede, gekwetstheid en wanhoop in me opborrelen die soms dreigt los te barsten. Ik druk die gevoelens weg, zet een glimlach op en ga door terwijl mijn hart bloedt. Ik werk in een acute setting en dat is één van de plekken waar de ontmenselijking, het infantiliseren, het veroordelen, en een gebrek aan empathie tonen voor mensen die worstelen met geestelijke gezondheid en middelengebruik, het ergste lijkt te zijn.

Ik probeer te begrijpen waarom mijn collega’s zo zijn. Sommigen van hen zijn mishandeld en de meesten mondeling misbruikt door mensen in een crisis, wat tot angst heeft geleid. Sommigen van hen gaan om met het lijden dat ze zien, door te geloven dat het op de een of andere manier verdiend is of een keuze is in plaats van willekeurig en oneerlijk lijden. Ze willen geloven dat “die mensen” anders zijn dan zij, zodat ze zich veilig kunnen blijven voelen en blijven geloven dat psychische aandoeningen en/of verslaving hen of iemand om wie ze geven nooit zal kunnen overkomen.

Ze begrijpen het gewoon niet. Sommigen van hen zijn vreselijke mensen, maar de meesten zijn prima mensen die soms vreselijke dingen doen. Dit maakt hun gedrag niet oké. Het is nooit goed om iemand zo te behandelen als de patiënten worden behandeld door deze professionals die hen zouden moeten helpen. Professionals die veel macht over hen hebben terwijl ze kwetsbaar zijn. Wij bepalen wanneer patiënten te eten krijgen, wanneer ze de telefoon mogen gebruiken, wanneer ze hun eigen kleding mogen dragen en wanneer ze het ziekenhuis mogen verlaten. Wij beslissen wanneer ze gefixeerd zullen worden, gedwongen zullen worden om medicatie in te nemen en alleen op hun kamer opgesloten kunnen worden. De meeste professionals merken de discriminatie en mishandeling niet eens op; het zit te ingebakken in de cultuur. Het gebouw staat in brand en iedereen loopt rond alsof er niets aan de hand is.

Ik probeer te doen wat ik kan. Ik behandel patiënten en hun familie met de vriendelijkheid en het begrip die ze verdienen. Ik pleit ervoor dat patiënten meer autonomie krijgen, dat hun rechten niet worden geschonden. Ik probeer mensen te vermenselijken, ze te wijzen op hun sterke kanten en kwaliteiten naast hun diagnose. Ik probeer anderen te helpen zich in te leven in onze patiënten door uit te leggen hoe hun gedrag begrijpelijk is in de context van hun leven door de moeilijkheden en barrières waarmee ze te maken hebben gehad, het trauma. Ik probeer mijn collega’s begrip bij te brengen.

Naarmate ik verder en verder de professionele kant op ben gegaan, heb ik me afgevraagd of ik ook psychiatric survivors (door psychiatrie geschade ex-patiënten die openlijk protesteren tegen bestaande psychiatrische handelingen) verraad. Of ik het systeem echt aan het veranderen ben of dat het mij alleen maar langzaam corrumpeert. Ik bewandel een dunne lijn; ik weet niet zeker of ik genoeg pleit, maar ik wil niet te ver gaan en mijn collega’s van me vervreemden. Ik heb vergelding ervaren voor mijn verdediging. Maar ik leef ook steeds meer mee met het personeel naarmate ik ze beter leer kennen. Ze zijn gebrekkig. Ze ontmenselijken en discrimineren, maar dat is hen geleerd. Ik vraag me af of ik excuses voor ze aan het zoeken ben. Ik maak deel uit van een systeem dat veel kwaad doet. Ik ga akkoord met dingen waarvan ik weet dat ze verkeerd zijn. Ik ben medeplichtig. Ik zou meer kunnen doen. Ik weet dat “uit de kast komen” op het werk zou kunnen helpen om stereotypen uit te dagen en stigma’s te verminderen, maar ik verstop me. Die luxe heb ik.

Ik voel me elke dag verscheurd en schuldig. Ik vraag me af of ik mezelf nog steeds een persoon met een “ernstige psychische aandoening” kan noemen als mijn symptomen minder ernstig zijn en minder vaak voorkomen. Ik voel me vaak tussen twee vuren in staan, niet helemaal het een en niet helemaal het ander. Ik word in beide richtingen getrokken, probeer een kloof te overbruggen totdat ik uitgeput raak. Het voelt alsof ik kan gaan breken. Het is pijnlijk, de ene dag meer dan de andere. Op sommige dagen heb ik er nauwelijks last van. Maar als de vertrouwde pijn van depressie zich in mijn borst nestelt, kan het ondraaglijk aanvoelen. Ik ben dan raakbaar en elke ongepaste opmerking die ik hoor, voelt dan als een mes in mijn rug. Ik kán het niemand vertellen. Schuldgevoelens en zelfhaat nemen het over maar ik ben doodsbang dat als ik mezelf openlijk uitspreek, ik gezien word als beschadigd, bevooroordeeld, onbekwaam, slecht in grenzen stellen of te dramatisch.

Dit werk doen als professional met een doorleefde ervaring met ernstige psychische aandoeningen voelt enorm eenzaam aan. Er zijn maar weinig collega’s die ik kan vertrouwen. Maar zelfs op slechte dagen houdt mijn werk me op de been. Het geeft me een gevoel van zingeving. Ik ben hier met een reden. Mijn unieke perspectief is waardevol. Ik moet geloven dat ik een verschil maak en ik zal blijven proberen om vol vertrouwen in deze ongemakkelijke ruimte te leven, al zal ik nooit echt bij deze mensen horen. Dat doet pijn.

***Gepubliceerd op Mad in the UK, 17 juli 2025. Vertaald en bewerkt door MitN***

Mad in the Netherlands presenteert blogs van een diverse groep schrijvers. Deze berichten zijn bedoeld als een openbaar forum voor discussie over de psychiatrie en haar behandelingen. De geuite meningen zijn die van de schrijvers zelf.

Vorig artikelOnvrijwillige opname en behandeling: eerder helpend voor medische en gerechtelijke instellingen dan voor de patiënt
Volgend artikelOnderzoek: wat patiënten melden over ECT-schade