
Sommige verhalen beginnen generaties eerder. Dat van mij begon bij mijn moeder, maar werd ook mijn eigen verhaal. Ik ben Miranda. In deze blog neem ik jullie mee hoe ik leerde een goede moeder op afstand te zijn.
Door Miranda Kempenk – 7 oktober 2026
De verhalen van mijn ouders kan ik niet los zien van mijn eigen verhaal. Mijn moeder groeide op in een groot gezin, werd uit huis gehaald en in een kindertehuis in Apeldoorn geplaatst. Mijn vader had het thuis ook erg zwaar; hij kreeg geregeld een slipper achter zich aan. Omdat mijn moeder getraumatiseerd was, moest ik als klein meisje al voor haar zorgen. Ik maakte zelf in mijn jeugd ook veel trauma’s mee. Dat maakte het er niet makkelijker voor me op.
Tijdens het countrydansen ontmoette ik Gijs. We knalden letterlijk tegen elkaar op; hij ging links terwijl de rest rechts ging. Ik werd verliefd op de kuiltjes in zijn wangen, kregen verkering en trouwden. Daarna wilden Gijs en ik heel graag zwanger worden. Dat lukte: in april 2001 werd Milan geboren en in 2003 onze Stef.
Met twee kleine kinderen werd het er niet rustiger op in huis. Ik worstelde na de geboorte van Stef met een postnatale depressie en maakte me veel zorgen om de jongens. Ik gaf me voor honderd procent en was altijd met hen bezig, maar ik voelde me tegelijkertijd ook radeloos. Voor mij was het geen leven, maar overleven.
Mijn man Gijs bleek een lichte verstandelijke beperking (LVB) te hebben. Dit betekent niet dat hij niet slim is, maar dat zijn brein anders werkt onder stress. Het uit zich in de moeilijkheid om overzicht te houden en te plannen. Ook is het lastiger voor hem om zich te kunnen inleven in wat een ander nodig heeft. Deze moeilijkheden hadden hun invloed op mij; op deze gebieden had ik hem met twee kleine kinderen juíst hard nodig. Hoewel ik begreep dat het geen onwil maar onvermogen was, legde niemand ons uit hoe hij met zijn LVB kon omgaan en wat het betekende voor mij en ons als gezin.
Door dit alles kwamen we bij bureau Jeugdzorg al in 2003 in beeld. Terwijl we geen hulp van hen kregen die ons ook echt hielp, werd ons dossier wel steeds dikker en dikker.
Omdat ik het allemaal niet trok, vroegen we keer op keer om hulp: bij het consultatiebureau, de huisarts en bij het maatschappelijk werk. Ik heb het van de daken geroepen en om hulp geschreeuwd, maar kreeg het niet. Ja, onze hulpvragen werden wel genoteerd en ergens opgestapeld. Tot we in mei 2008 ineens met hen aan de grote tafel zaten: niet langer meer als ouders die om hulp vroegen, maar als ouders over wie vergaderd moest worden.
En alsnog kon ik nergens op terugvallen: niet op mijn ouders, niet op vrienden want die waren er geen, en ook de professionele hulp gaf niet thuis. Zelfs met man en kinderen om me heen voelde ik me ontzettend eenzaam; die eenzaamheid was ondraaglijk.
Toen kwam die dag in mei 2008. Er werd een hele lijst met zorgen opgenoemd: ons huis was niet schoon, de kinderen liepen in kapotte kleren en we aten elke dag patat. Dat laatst klopte niet, we aten alleen op woensdag patat. Zo kon ik bijna elk argument weerleggen, maar deed dat niet.
Want aan zo’n tafel heb je geen stem. Acht professionals tegenover twee ouders. Een verslag erbij dat je van tevoren nooit hebt gezien. De notulist typt, de voorzitter praat. Als je wat probeert te zeggen, word je onderbroken. Als je zwijgt, staat er later: “Ouders herkennen de zorgen niet”.
Ik verstijfde, dit ging vanzelf, het was geen keuze. Dat is wat er gebeurt als je zenuwstelsel al jaren in de overleefstand staat: je vecht, je vlucht, of je bevriest. Ik bevroor. Op dat moment had ikzelf ook niet goed kunnen benoemen wat ik en ons gezin nodig hadden. Door alles wat er speelde, blokkeerde alles. De hulpverleners dachten alleen met hun hoofd. Er was helemaal geen ruimte voor wat er in ons lijf en ons hart gebeurde.
In zo’n systeem kan bevriezing al snel als instemming worden gezien.
De maatschappelijk werker vertelde dat ze bij de rechtbank een machtiging voor uithuisplaatsing had aangevraagd. Het werd me zwart voor de ogen. Het voelde alsof mijn benen onder mijn kont vandaan werden weggeschopt. Tegen zo’n machtiging kun je als ouders bijna niets beginnen! De Raad voor de Kinderbescherming adviseert en de rechter beslist in tien minuten op basis van dat papier. En jij staat daar als ouder bij: zonder advocaat, zonder vertrouwenspersoon, zonder taal voor wat er in je gebeurt.
De machtiging werd werkelijkheid. De jongens werden uithuisgeplaatst en sliepen voortaan ergens anders. Zo begon het volgende levend verlies: lege kinderbedjes in huis.
Als ik de kinderen niet meer thuis zou hebben, dan hoefde het van mij ook niet meer, dacht ik soms, en tegelijkertijd wist ik dat ik het mijn kinderen niet kon aandoen om uit het leven te stappen. Alles in mij blokkeerde. Mijn hoofd tolde van machteloosheid. Toen kwam de boosheid. Ten slotte het verdriet.
En ergens kwam er een moment waarop ik me omdraaide naar het donker en zei: niet nog een keer, hier houdt het op! De geschiedenis had zich herhaald: er gebeurde met mijn kinderen wat ook met mijn moeder was gebeurd. Al die generaties die zwegen, die droegen, die overleefden…
Ik doorbrak het patroon. Ik brak de stilte. Ik maakte van het familiegeheim een open boek dat gelezen mag worden. Voor wie troost zoekt, voor wie wil leren of voor wie liefde nodig heeft.
Het werd mijn boek: MIRANDA, Een reis op weg naar vrijheid.
Mijn kinderen kennen mijn verhaal, maar de littekens zijn er nog. Levend verlies gaat nooit weg. De bedjes blijven leeg achter in je hart.
Wat wel anders is: ik weet nu wat er gebeurt in mijn lijf wanneer ik verstijf en kan het benoemen als dit gebeurt. Ik heb nu mensen om me heen die blijven. Als ik hulp vraag dan is het niet langer meer om gered te worden, maar om even mee gedragen te worden.
Lange tijd dacht ik dat ik heel moest worden om ons levend verlies te kunnen dragen. Nu weet ik: het is anders. Ik draag alles wat ik ben. Dus alles wat ik ben, kan dit dragen. Mijn oproep is daarom niet een pleidooi voor meer hulp, maar een voor de juíste hulp. Hulp die blijft als iemand verstijft. Niet hulp die vraagt: ‘Wat is er mis met jou?’, maar die wil weten: ‘Wat is er met jou gebeurd?’
Wat ik toen niet wist, weet ik dankzij de huidige wetenschap nu wel. Wat ik toen nodig had, was geen oordeel, maar kennis.
Dit zijn de inzichten die ik nu heb en toen zo graag had willen hebben:
- Bessel van der Kolk – The body keeps the score: Trauma zit niet in je verhaal, maar in je lijf. Daarom blokkeerde alles aan die tafel. Mijn lijf herinnerde zich wat mijn hoofd al lang vergat.
- Hechtingstheorie van Bowlby: Een kind dat zich geen raad weet met de wereld, heeft geen opvoedadvies nodig, maar co-regulatie. Een rustig zenuwstelsel naast zich.
- De ACE-study over jeugdtrauma: Trauma’s stapelen. Een kind dat als klein meisje al voor haar getraumatiseerde moeder moet zorgen, zogenaamde parentificatie, heeft later veel meer risico op overbelasting en depressie.
- Bruce Perry – What happened to you: De vraag is nooit “wat is er mis met deze ouders”, maar “wat is er met deze ouders gebeurd”. Die vraag is in 2008 nooit gesteld.
- Daniel Siegel – Window of Tolerance: Door al die trauma’s werd mijn raampje om stress te verdragen steeds kleiner. Ik leefde er continu buiten. Geen enkele hulpverlener leerde me hoe ik weer in dat raampje kon komen.
- Alice van der Pas – ouderschapstheorie: Ouderschap wordt gekenmerkt door onvoorwaardelijkheid en tijdloosheid: eenmaal ouder, altijd ouder. Zij benadrukt de unieke positie van ouders. Ook als je kind niet thuis woont, blijf je ouder.
- Glyn Elwyn – Shared Decision Making: Sinds 2010 internationaal bekend als één van de grondleggers van Samen Beslissen. Beslissingen neem je samen, op basis van wetenschappelijke kennis én de voorkeuren, waarden en ervaringen van de cliënt. Vertaald naar de jeugdzorg: ouders zijn gelijkwaardige partners in de besluitvorming. Er wordt mét hen beslist, niet over hen heen.
Herken je dit? Je hoeft het allemaal niet alleen te doen aan zo’n grote tafel. Vraag om een onafhankelijke cliëntondersteuner, een ervaringsdeskundige of een vertrouwenspersoon van het AKJ of Zorgbelang. Neem iemand mee die de dingen voor jou opschrijft en die present kan blijven als jij bevriest.
***Deze blog verscheen voor het eerst op Mad in the Netherlands, 7 oktober 2026***
Mad in the Netherlands host blogs van een diverse groep schrijvers. Deze berichten zijn bedoeld als een openbaar forum voor een discussie over de psychiatrie en haar behandelingen. De geuite meningen zijn van de schrijvers zelf.




