donderdag 01 oktober 2026
Start Blogs Nu de DSM haar houvast verliest, grijpt de psychiatrie naar ‘neuro’

Nu de DSM haar houvast verliest, grijpt de psychiatrie naar ‘neuro’

Dr. Jess onderzoekt de teloorgang van de DSM en de strategieën die naar eigen zeggen ingezet gaan worden om het vakgebied ‘wetenschappelijk(er)’ te doen lijken.

Zakenman verlaat een zinkend papieren bootje en springt over op een drijvende variant.

Door Dr. Jessica Taylor – 11 maart 2026 – What Would Jess Say?

Wanneer je mijn werk al langer volgt of een lezing of training van mij hebt bijgewoond, weet je dat ik al jarenlang colleges verzorg over de instabiliteit en schadelijkheid van psychiatrische diagnoses. De tekortkomingen van dit systeem zijn niet nieuw; ze zijn structureel  (opbouwkundig), conceptueel (begripsmatig) en epistemisch (kennisgerelateerd).

En nu worden die tekortkomingen zichtbaar.

De American Psychiatric Association (APA) met haar classificatiehandboek, de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM), erkent openlijk wat critici, overlevenden (survivors), professionals en wetenschappers al tientallen jaren zeggen:

  • Er zijn geen biomarkers voor DSM-stoornissen.
  • Een samenhangende onderliggende theorie ontbreekt.
  • Diagnostische classificaties overlappen elkaar zo sterk dat het moeilijk is conceptuele grenzen te bepalen.
  • En als er dan tóch biologische oorzaken worden ontdekt, worden de bijbehorende aandoeningen volledig geschrapt uit de psychiatrie.

Dit is geen kritiek vanaf de zijlijn (fringe criticism), hoewel het graag zo gebracht wordt. Nee, deze kritiek komt voort uit de eigen gelederen tijdens strategiebesprekingen.

Ik ben hier enorm door gefascineerd en dat zou jij eigenlijk ook moeten zijn! Want wanneer zo’n krachtig systeem zijn instabiliteit begint toe te geven, valt er veel te leren van wat het vervolgens doet. Alle ogen op hen gericht dus!

De ommezwaai naar ‘neuro-‘

Jarenlang verkondig ik al dat de volgende taalkundige en politieke stap een ommezwaai naar ‘neuro-’ zou zijn.

Neurowetenschap. Neurobiologie. Neuro-ontwikkeling. Neurodivergentie. Neurodiversiteit. Neuro dit, neuro dat.

Waarom?

Omdat ‘neuro’ wetenschappelijk klinkt. Het klinkt meetbaar, feitelijk, objectief, op scans gebaseerd of op bloed getest. En er spreekt culturele autoriteit uit (erkende kennis, invloed en legitimiteit). De psychiatrie heeft op dit moment dringend behoefte aan culturele autoriteit. De trauma-geïnformeerde beweging, in combinatie met mensen die zelfbewuster worden en kritischer staan tegenover grote machtssystemen in de samenleving, brengt de eens zo onbetwiste macht van de vakgroep immers danig aan het wankelen.

In de recente strategische toekomstplannen van de APA wordt voorgesteld om de DSM te verschuiven in de richting van de neurowetenschappen om de psychiatrie als ‘meer wetenschappelijk’ te positioneren.

Hmmmm. Interessant! Maar vervolgens wordt het pas echt onthullend!

In dezelfde discussies en documenten erkennen ze openlijk iets buitengewoons: er is géén vastgestelde neurologische basis voor geestelijke stoornissen in de DSM. En meer dan dat; als er neurologische oorzaken worden ontdekt, worden die aandoeningen uit de DSM verwijderd omdat ze niet langer als ‘geestelijke stoornissen’ kunnen worden beschouwd.

Dit is niet iets wat ìk claim, het is wat zíj beweren. Het grappige is dat alle keren dat ik dit ter sprake bracht, ík te horen kreeg dat ik loog, het verzon of me vergiste.

Het is dus echt een hele ommezwaai van de APA om nu artikelen te publiceren die precies hetzelfde zeggen als haar critici, nietwaar?

Het ‘ding’ met  het Rett-syndroom

Hoewel het Rett-syndroom oorspronkelijk werd geclassificeerd als een geestelijke stoornis binnen het DSM-raamwerk, werd later ontdekt dat het werd veroorzaakt door mutaties in het MECP2-gen op het X-chromosoom. Dit is een genetische, neurologische afwijking; geen psychische stoornis. Toen die biologische basis eenmaal was vastgesteld, werd het niet langer gezien als een psychiatrische aandoening. Het verdween uit de psychiatrie, en werd uit de DSM verwijderd. Van het ene op het andere moment, ook al waren er toen al duizenden kinderen gediagnosticeerd met een ‘geestelijke stoornis’.

Zo verging het ook de ziekte van Alzheimer.

De ziekte van Alzheimer, die ooit onder de psychiatrie werd geschaard, wordt nu algemeen gezien als een neurodegeneratieve ziekte met identificeerbare biologische mechanismen. We hebben nu zelfs bloedtesten die biomarkers kunnen detecteren die ermee in verband worden gebracht. En opnieuw, wat gebeurde er toen het aantoonbaar werd?

Het verdween uit de psychiatrie. Tot ziens. Vaarwel. Geen psychische aandoening.

Dus de eigen strategische adviseurs van de APA stellen nu een gevaarlijke vraag in hun nieuwste publicaties:

“Stel dat we de neurowetenschappen actiever gaan toepassen… en blijven ontdekken dat zogenaamde geestelijke stoornissen geen neurologische basis hebben?”

Of erger nog: “dat we ontdekken dat wanneer er wel een biologische basis is, de aandoening niet meer psychiatrisch is?”

Ze erkennen expliciet dat dit traject, en ik citeer hier rechtstreeks uit de paper van Oquendo et al. (2026): “dismantle the field of psychiatry” (het vakgebied psychiatrie ontmantelen).

Daarmee hebben ze gelijk. Ze weten wat er gaat komen. The writing is on the wall (staat als een paal boven water).

De crisis rondom conceptuele overlap

Laten we even een stap terug in de tijd maken.

Decennialang heeft onderzoek naar elementaire psychopathologie een enorme overlap aangetoond tussen diagnostische classificaties: depressie deelt criteria met angst, traumavoorstellingen vertonen overlap met persoonlijkheidsstoornissen en ADHD overlapt met trauma, hechtingsstoornissen en dissociatie. De grenzen zijn zodanig vervaagd dat ze onhoudbaar dreigen te worden.

Forbes et al. (2023) constateerden een gigantische overlap in symptomen; naar mijn mening is die zelfs zo groot dat de DSM hierdoor onbruikbaar wordt.

In totaal hebben 140 (69,3%) van de 202 vertegenwoordigde classificaties ten minste één symptoom dat terugkomt in een andere classificatie. Hiervan komen er 118 (58,4%) terug in een classificatie in een ander hoofdstuk. Verder hebben 75 classificaties (37,1%) elk symptoom dat in minstens één andere classificatie wordt herhaald en bij 47 (23,3%) elk symptoom dat in andere hoofdstukken wordt herhaald.

Schokkend genoeg is dit wat Forbes et al. (2023) vonden toen ze keken naar specifieke ‘psychische stoornissen’:

  • 100% van de ‘symptomen’ van PTSS zijn aanwezig in andere stoornisdiagnoses
  • 100% van de symptomen voor ‘bipolair’ zijn volledig herhalende symptomen in andere diagnoses waaronder trauma
  • 100% van de symptomen voor ‘persoonlijkheidsstoornissen’ zijn volledig herhalende symptomen in andere diagnoses inclusief trauma
  • 75% van de symptomen voor ‘schizofrenie’ en ‘psychosen’ zijn volledig herhalende symptomen in andere diagnoses inclusief trauma
  • 70% van de symptomen voor ‘depressieve stoornissen’ zijn volledig herhalende symptomen in andere diagnoses inclusief trauma
  • 47% van de symptomen voor ‘slaapstoornissen’ komen volledig terug in andere diagnoses inclusief trauma
  • 50% van de symptomen van ‘dissociatieve stoornissen’ zijn volledig herhalende symptomen in andere diagnoses inclusief trauma

Deze bevindingen zijn niet te wijten aan het feit dat mensen onnauwkeurig doen. Het is omdat de indeling in categorieën nooit een natuurlijke indeling was.

Het is ook omdat ik, net als vele anderen, al tientallen jaren zeg dat de gemene deler hier ‘trauma en leed’ is. Het was nooit de bedoeling om honderden verzonnen geestelijke stoornissen te vinden.

Er waren commissies die stemden over clusters van gedragingen en ervaringen, gevormd door cultuur, politiek en macht. Mentale stoornissen’ werden geconstrueerd zonder biomarkers, zonder toetsbare theorie en zonder duidelijke afbakening.

En nu is het vakgebied in het nauw gedreven:

  • Als er geen biomarkers zijn, zeggen critici dat het niet wetenschappelijk is.
  • Als ze biomarkers zoeken en er geen vinden, ondermijnt dat hun legitimiteit.
  • Als ze biologische oorzaken vinden, verlaat de aandoening de psychiatrie.

Dit vormt een existentieel probleem.

De kapitalisering en pathologisering van ‘neurodivergentie’

Hier ligt mijn zorg!

De taal van ‘neurodivergentie’ en ‘neurotypischheid’ is breed omarmd in het sociale taalverkeer van zowel kinderen als volwassenen. Veel mensen ervaren het als validerend en identiteitsbevestigend. Mensen denken vaak dat het een wetenschappelijk concept is, of iets wat je op scans kunt zien. Geen van beide is waar. Ik heb hier elders al over geschreven, maar wil hier ook eens kijken naar hoe instellingen gebruik maken van ‘wilstaal’ (taal die wensen, verlangens, intenties weergeeft).

Als de psychiatrie niet kan bewijzen dat er afzonderlijke geestesziekten bestaan, dan kan het systeem overleven door alles in ‘neurologische ontwikkelingsspectra’ te stoppen, terwijl directe falsificatie wordt vermeden. Het wordt moeilijker om iets aan te vechten dat wordt voorgesteld als aangeboren neurologische verschillen. Het klinkt wetenschappelijk. Het klinkt onveranderlijk. Het klinkt minder politiek.

Maar hier is de ongemakkelijke (kritische) vraag: Wat als ‘neuro’ het nieuwe psychiatrische front (paradepaardje) wordt, juist omdat het systeem hiermee behoedt wordt voor ineenstorting?

Als traumareacties, angstreacties, sociale tegenslagen en politieke schade allemaal kunnen worden herkaderd als neurodivergentie, dan behoudt de psychiatrie haar jurisdictie. En de miljardenindustrie overleeft. Dat zou hen doen juichen, denk ik.

De ontmanteling van waar zíj bang voor zijn

Oquendo et al. (2026) bespreken openlijk de mogelijkheid dat de voortschrijdende neurowetenschap de psychiatrie zou kunnen ontmantelen als de DSM-constructies niet overeenkomen met de biologische werkelijkheid.

Ik stel me hierbij de vraag: Wat als ontmanteling geen catastrofe is? Wat als het intellectuele integriteit is?

Als een vakgebied geen biomarkers kan aantonen, geen duidelijke criteria kan stellen, geen coherente theorie kan produceren en herhaaldelijk diagnoses verliest zodra de biologie is geïdentificeerd, dan is het misschien niet zo dat de neurowetenschap de psychiatrie bedreigt.

Misschien onthult het wat de psychiatrie altijd is geweest: een classificatiesysteem van menselijk lijden met een nooit biologisch gefundeerde basis.

De vraag is dan niet langer: “Hoe redden we de DSM?”

De vraag is: “Waarom willen we de DSM eigenlijk redden?”

Dus wat gaan ze doen?

Systemen ontmantelen zichzelf zelden vrijwillig.

Waarschijnlijk zal het zo verlopen:

  • Uitbreiding van ‘neurologische ontwikkelingsspectra’.
  • Meer retoriek (overtuigen) over hersenbeeldvorming zonder diagnostische specificiteit (betrouwbare toetsing).
  • Genetisch taalgebruik dat eerder probabilistisch (gebaseerd op waarschijnlijkheden die kunnen variëren) is dan deterministisch (op vaststaande procesessen gebaseerd).
  • Voortdurende vervaging van de grenzen tussen psychiatrie en neurologie.
  • Rebranding (anders in de markt zetten) in plaats van hervorming.

Dit is wat ik hierop als voorheen zal blijven antwoorden:

  • Nood is geen stoornis.
  • Trauma is geen ziekte.
  • Sociale schade vraagt om een maatschappelijke aanpak.
  • En natuurlijke menselijke variatie heeft geen medicalisering nodig om valide te zijn.

Als de DSM bezwijkt onder het gewicht van haar eigen bekentenissen, is dat geen aanval op de wetenschap. Dat is wetenschap die precies doet wat ze zou moeten doen (en al tientallen jaren geleden had moeten doen, naar mijn mening!).

Het is misschien wel het eerste echt wetenschappelijke moment dat de DSM ooit heeft gekend. Ik zal het nauwlettend in de gaten blijven houden.

Als je de papers wilt lezen waar ik het in dit artikel over heb, lees dan Oquendo et al. (2026) over de toekomst van de DSM – Oquendo MA, Abi‑Dargham A, Alpert JE, et al. Initial strategy for the future of DSM. Am J Psychiatry. 2026. doi:10.1176/appi.ajp.20250878

***Deze blog verscheen eerder op What Would Jess Say?, 11 maart 2026***

Mad in the Netherlands presenteert blogs van een diverse groep schrijvers. Deze berichten zijn bedoeld als een openbaar forum voor discussie over de psychiatrie en haar behandelingen. De geuite meningen zijn die van de schrijvers zelf.

Vorig artikelKwartaalthema ‘De zin van het bestaan, missie en energie: een vergelijking van Logotherapie en Logosynthese®’
Volgend artikelGeweld in de jeugdzorg: Over institutioneel verraad en de kracht van kunst