
Door Dr. Anders Sørensen – 11 november 2025
Soms ontmoet ik iemand wiens verhaal precies weergeeft wat er mis is met de hedendaagse psychiatrie en laat zien hoe het ook anders kan. Dit is zo’n verhaal…
Toen ze veertien was, dacht Lauren dat ze gek was. Ze dacht niet dat ze ‘klinisch depressief’ was. Dat woord kwam pas later, toen een dokter haar vertelde dat ze dat was. Maar het gevoel dat er iets mis was, was er wel. Dat moest wel zo zijn, want niets anders kon verklaren waarom ze zoveel pijn had, waarom ze zichzelf sneed en waarom ze soms niet meer wilde leven.
Dit soort verhalen horen we dagelijks binnen de psychiatrie: een jongere die lijdt, ouders in chaos, een wanhopig verlangen naar controle en een even sterke behoefte om het te begrijpen. Toch zijn het precies deze verhalen die binnen de psychiatrie nog steeds zelden gehoor vinden.
Vorige maand kwam Lauren naar Kopenhagen om met mij over haar verhaal te praten. We huurden een podcaststudio, zetten de camera’s aan en begonnen te praten. In de aflevering, hier te beluisteren, neemt ze ons mee op haar reis: vóór de medicatie, tijdens de medicatie en door de ernstige ontwenningsverschijnselen die haar overvielen toen ze het advies van haar arts opvolgde om te stoppen met haar antidepressiva. Het is een verhaal over betekenis geven, overleven en wat er gebeurt als de menselijke ervaring wordt aangezien voor een chemisch defect.
Growing Up on SSRIs: Lauren’s Lexapro Withdrawal, Taper & Recovery Story | Full Interview
Vóór de diagnose; wat ging er schuil achter het lijden?
Toen ik Lauren vroeg om ons mee terug te nemen naar wat haar ertoe bracht om met medicatie te beginnen, begon ze niet met de klassieke psychiatrische classificaties. Weinig mensen doen dat, en dat zegt op zich al genoeg. Want voordat de medische taal zijn intrede doet, gebruiken de meeste mensen gewone woorden voor de moeilijke dingen die in hun leven gebeuren.
Laurens jeugd verliep chaotisch. Haar vader was een workaholic; hij was gestrest, had duizend projecten tegelijk lopen en was emotioneel niet beschikbaar. Haar moeder was overweldigd en kon haar eigen emoties niet hanteren, laat staan die van haar vijf kinderen. Lauren probeerde het gezin bij elkaar te houden (wat niet de taak van een kind is). Ze maakte zich zorgen om haar oudere broer die het zwaar had en worstelde met zelfmoordgedachten. Op haar veertiende begon Lauren zichzelf te snijden, haar voedselinname te beperken en werd ze angstig en somber.
Achter deze uitingen schuilt iets veel fundamenteler: een onvoorspelbaar thuis met tegenstrijdigheden en het ondraaglijke gevoel niet gezien te worden. Het is niet meer dan logisch dat ze daarop reageerde (en zich aanpaste).
Als Lauren haar moeder soms vroeg wat er bij hen thuis aan de hand was, waarom het zo’n chaos was bij hen, antwoordde zij: “Alles is hier prima in orde.”
De zin, alles is hier prima in orde, is waar zoveel emotionele stoornissen beginnen. Want als de realiteit van een kind wordt ontkend, blijft er maar één verklaring over: Dan moet er iets mis zijn met mij… Lauren had gelijk in haar interpretatie van de gezinsdynamiek. Er wás iets mis, en dat voelde ze prima aan. Maar haar verhaal werd op dit stuk niet bevestigd noch erkend. Zodoende leerde Lauren dat ze niet op haar gevoelens en haar waarneming kon vertrouwen. Wanneer iemand niet kan vertrouwen op wat die voelt, kan iemand zichzelf niet vertrouwen, en voor wie zichzelf niet kan vertrouwen, wordt de wereld onveilig. Zonder innerlijk emotioneel kompas gaat iemand navigeren op andere mensen (en hun wensen).
Dit vormt de ideale voedingsbodem voor zelfverwijt en een perfecte opening voor de psychiatrie om haar intrede te doen, met haar belofte van houvast en verklaringen.
De diagnose
Op haar veertiende werd Lauren naar een behandelcentrum gestuurd. Daar kreeg ze binnen één dag de diagnose ernstige depressie. Er werd haar een antidepressivum voorgeschreven.
“Ze vroegen niet veel,” herinnert ze zich, “Ik heb misschien één therapiesessie gehad. Ze zeiden gewoon: ‘Je hebt een depressie.’” Even voelde dit wel goed, omdat het haar een vorm van bevestiging gaf; een bevestiging vermomd als diagnose. Het gaf een naam aan wat ze voelde en gaf haar het idee dat er daadwerkelijk iets mis was.
Dit is een van de meest verleidelijke dingen die de psychiatrie te bieden heeft: een verklaring die een einde maakt aan de zoektocht ernaar, wat op zich al een opluchting kan zijn. Het woord depressie werkte zowel als een troost als een kooi: het vertelde wat er mis is, en tegelijkertijd dat dit in haarzelf zit. Toen Lauren de psychiater vroeg hoe lang ze de medicatie nodig zou hebben, gaf deze aan dat het waarschijnlijk voor de rest van haar leven nodig zou zijn omdat ze waarschijnlijk een chemische onbalans had en depressie in haar genen zat.
Ze was veertien en dan vertellen ze haar dit?! In één gesprek werden alle pogingen van een veertienjarige om in haar toxische omgeving te overleven, omgezet in een levenslange ziekte.
De gevoelloze jaren
Lauren bleef twaalf jaar lang antidepressiva gebruiken. Ze stapte over van Zoloft naar Prozac, naar Celexa, naar Lexapro, totdat er een middel was gevonden dat haar niet al te moe of angstig maakte. Lauren ging er daarom vanuit dat het werkte: omdat het haar geen kwaad deed.
Zo blijven veel mensen uiteindelijk aan de medicatie; niet omdat ze zich daadwerkelijk beter voelen, maar omdat het neuro-gebrabbel van de dokter hen doet geloven dat ze ziek zijn, en dat niet slechter voelen, gelijk gaat staan aan vooruitgang.
Lauren geloofde uiteindelijk dat het middel iets repareerde dat kapot was in haar hersenen. Net als vele anderen in de moderne westerse psychiatrie kreeg ze te horen dat ze iets biologisch, genetisch en levenslang had. En zij geloofde dit, omdat iedereen om haar heen dat deed en het met zoveel autoriteit werd gepresenteerd.
Langzaam, onmerkbaar, begon het medicijn haar innerlijke wereld af te vlakken. Lauren raakte er helemaal uitgeput van en sliep veertien uur per dag. Maar ze dacht dat dit nu eenmaal was wie ze was… Het waren niet alleen de dieptepunten die verdwenen, het waren ook de hoogtepunten. Haar verdriet verstilde, maar dat gold ook voor haar vreugde, creativiteit en de kleine dingen die een leven echt laten voelen. De medicatie maakte Laurens emotionele bereik vlakker; het dempte het alarm van haar zenuwstelsel in plaats van op te lossen waarom het alarm sloeg.
De echte tragedie was dat binnen het behandelcentrum eigenlijk ook voorhanden was wat ze wel nodig had: menselijk contact, veiligheid, iemand die luisterde. Terugkijkend is het niet de medicatie geweest die Lauren hielp, maar het feit dat ze omringd werd door mensen die om haar gaven.
Dit was echter een veel te simpele verklaring voor de psychiatrie om te accepteren, en dus werd toegeschreven aan het medicijn wat in realiteit door een gevoel van verbondenheid en de tijd was bewerkstelligt.
Het keerpunt
Pas jaren later zorgde een reeks kleine gebeurtenissen ervoor dat er barstjes kwamen in het bestaande beeld. Indertijd begon haar man, Cayden, vragen te stellen die haar nog nooit eerder waren gesteld over waar ze vandaan kwam en wat ze wilde. Hij geloofde niet in het verhaal dat ze fundamenteel kapot was. Tegelijkertijd stuitte ze op een boek over trauma dat uitlegde dat trauma niet alleen is wat gebeurde, maar ook wat er niet gebeurde: het ontbreken van emotionele veiligheid, bevestiging en consequentheid. Toen ze dat las besefte ze: “Dit gaat over mij.”
De uiteindelijke gevangenisstraf van haar vader voor financiële misdrijven bevestigde wat ze als kind altijd al had gevoeld: dat de chaos niet in haar zat, maar in de wereld rondom haar. Dit zette alles in een nieuw daglicht. Dit besef was bevrijdend voor haar en zorgde dat ze twee jaar lang helemaal geen last meer had van depressies. Eindelijk kreeg ze context in plaats van een diagnose en medicatie. Haar verhaal kreeg betekenis…
De ontwenning
Lauren had haar leven op de rit: ze werkte in een tandartspraktijk waar ze uitblonk en zingeving vond. Op een dag merkte haar arts terloops op dat haar hoge dosis Lexapro in de toekomst hartproblemen zou kunnen veroorzaken. “Maar je bent nog jong, dus het komt wel goed,” herinnerde ze zich dat hij had gezegd. Die terloopse opmerking zette haar aan het denken: misschien is dit medicijn toch niet zo onschuldig als ik dacht. Ze vroeg haar dokter hoe ze ermee kon stoppen. Die gaf het standaardadvies: halveer de dosis om de paar weken tot je er helemaal vanaf bent.
Dat deed ze en toen brak de hel los. Toen ze haar dosis van vijf milligram naar nul verlaagde, was het alsof haar hersenen explodeerden.
Ze ontwikkelde symptomen:
- het gevoel van kriebelende insecten onder haar huid
- extreme gevoeligheid voor licht en geluid
- plotselinge woede en prikkelbaarheid
- depersonalisatie: het gevoel geen deel uit te maken van de werkelijkheid.
Lauren was altijd het meegaande type. Ze was nooit boos. Ineens was ze woedend op alles en iedereen. Ze herkende zichzelf niet meer.
Dit is een soort lijden waar de reguliere psychiatrie nog altijd niet in wil geloven. De officiële beschrijvingen noemen onttrekken van antidepressiva mild en tijdelijk, maar zoals Lauren het uitdrukte was het ’t ergste wat ze ooit had meegemaakt.
In haar wanhoop ging ze, net als zoveel anderen, online. Daar vond ze mensen die hetzelfde beschreven als zij voelde: de schok van het vechten tegen onverwachte ontwenningsverschijnselen. Het waren er honderden, duizenden! Ze vond Facebookgroepen, forums voor overlevenden, video’s en op een dag vond ze filmpjes van mij…
“Ik heb ze allemaal bekeken,” zei ze. “Jij was de eerste die zei dat ik het mezelf niet wijsmaakte.” Die bevestiging dat het wel ontwenning was, hielp haar vol te houden. Ze ervaarde al maanden ontwenningsverschijnselen en besloot niet terug te gaan naar de medicatie maar het uit te zitten. Ze wist dat als ze naar een ziekenhuis zou gaan, ze haar gewoon weer medicijnen zouden geven, dus bleef ze thuis en wachtte ze af wat er zou volgen.
Maandenlang werd Lauren in paniek wakker, doordrenkt van de adrenaline. Ze kon haar zintuigen, haar stemmingen, haar tijdsbeleving niet vertrouwen. Maar onder die chaos was er iets dat zich aan het herorganiseren was. Het lichaam probeerde heel traag maar gestaag haar evenwicht te hervinden. En dat lukte! Het duurde acht maanden. Geleidelijk aan werden de symptomen minder. Eerst de lichamelijke, daarna de angst. Toen begonnen haar emoties langzaam terug te komen. Dit voelde alsof ze twaalf jaar geslapen had en net ontwaakt was.
Dat is de paradox van herstel: de pijn houdt niet op omdat je erin slaagt deze te onderdrukken of te beheersen, maar omdat je weer kunt voelen, verdragen en leert de boodschap ervan te begrijpen.
De gevoelloosheid voorbij
Wat de emotionele gevoelloosheid verving, was een volledig spectrum aan menselijke emoties. “Nu kan ik echt huilen,” zei Lauren glimlachend. “En dat voelt goed.”
Lauren heeft nog steeds hoogte- en dieptepunten, maar die zijn volkomen normaal (net als die van jou en mij). Ze spreekt helder over wat ze heeft geleerd: Als ik terugluister naar ons gesprek, valt het me op hoe samenhangend het allemaal wordt zodra je de medische bril afzet. Dat wil zeggen, zodra je gewone woorden gebruikt voor moeilijke dingen.
- Hoe het minderen en beperken van eten strategieën waren; haar manier om controle te krijgen in de chaos.
- Hoe depressie geen willekeurige ziekte in haar was, maar een reactie op het ontkennen van haar emoties.
- Hoe wat ze nodig had begrip was en iemand die haar hielp om door die diepe gevoelens heen te navigeren.
Daarom kom ik in mijn klinische werk steeds weer terug bij het Power Threat Meaning Framework (PTMF). Voordat we naar diagnostische taal grijpen, moeten we altijd beginnen met deze vier eenvoudige, menselijke vragen:
1. Wat is er met je gebeurd?
2. Hoe heeft het je geraakt?
3. Wat moest je doen om te overleven?
4. Welke betekenis gaf je er op dat moment aan?
Deze vragen gelden voor ons allemaal. Voordat we iets tot ziekte bestempelen, kunnen we altijd hier beginnen.
Deze en andere verhalen zijn te zien op het YouTube-kanaal van Anders Sørensen.
Anders is een Deense klinisch psycholoog die onderzoek gedaan heeft naar de huidige stand van zaken op het gebied van psychiatrische medicijnontwenning. Hij heeft daarbij veel aandacht besteed aan het onderzoeken van verschillende taperingmethoden (afbouwschema’s), met als belangrijkste doel om manieren te vinden om de ontwenning van psychofarmaca voor mensen draaglijker te maken. Naast zijn onderzoekswerk heeft Anders zijn eigen privépraktijk waar hij middels psychotherapie mensen ondersteuning geeft bij het afbouwen van medicijnen.
***Gepubliceerd op Substack Crossing Zero, 11 november 2025. Vertaald door MitN***




